Dit zijn de conclusies uit het tweede onderzoek naar de Teeven-deal

Op 25 mei 2016 presenteerde de onderzoekscommissie-Oosting de resultaten van het tweede onderzoek naar de zogeheten 'Teeven-deal' uit 2000, die in 2015 leidde tot het aftreden van toenmalig minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie.

De details van de schikking bleven jarenlang geheim, tot het programma Nieuwsuur in maart 2014 de hand wist te leggen op de overeenkomst. 

Nadat Nieuwsuur in maart 2015 het exacte bedrag van 4.710.627,18 gulden onthulde, wist het ministerie het bonnetje alsnog te vinden. Er werd geconcludeerd dat Opstelten de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Hij en Teeven stapten vervolgens op.

In januari 2016 maakt opnieuw Nieuwsuur bekend dat de zoektocht naar het bonnetje in 2014 van hoger hand zou zijn stopgezet. De comissie-Oosting deed opnieuw onderzoek. 

Dit zijn de belangrijkste conclusies:

Geen doofpot
Ondanks de moeizame zoektocht naar de juiste informatie met betrekking tot de deal die werd gesloten met drugscrimineel Cees H. en de toenmalig officier van Justitie Fred Teeven (die later met de zaak werd geconfronteerd als staatssecretaris), is er "geen enkele aanwijzing" gevonden voor een doofpot op het ministerie.

De onderzoekscommissie komt tot de conclusie dat "geen sprake is geweest van een welbewust besluit op enig hoger niveau om niet (verder) te (laten) zoeken naar de gezochte informatie over de betaalgegevens en om opdracht te (laten) geven om stappen in die zoektocht te staken."

Gebrek aan regie
Er is volgens de onderzoekers wel een "evident gebrek aan regie in de politiek zeer gevoelige zaak" in de zoektocht naar het bonnetje. Bij de behandeling van het dossier heeft het ontbroken aan "duidelijke, eenduidige en krachtige regie, en aan goede coördinatie en communicatie".

Rol secretaris-generaal Pieter Cloo
De toenmalig hoogste ambtenaar op het ministerie, secretaris-generaal (sg) Pieter Cloo, komt niet ongeschonden uit het onderzoek. Cloo had met zijn belangrijke functie moeten zorgen voor voldoende afstemming binnen de top van het ministerie. 

Hij stond, zo staat er in het onderzoek, feitelijk buitenspel. Bovendien waren de verhoudingen binnen de leiding van Veiligheid en Justitie slecht. De top van het ministerie ontbrak het aan eensgezindheid waardoor de bewindspersonen hun verantwoordingsplicht richting de Tweede Kamer niet goed konden vervullen.

Cloo is "ernstig (…) tekortgeschoten in de regie zoals die in een gevoelig dossier als dit zeker ook van een sg als hoogste ambtenaar van het ministerie mocht en mag worden verwacht".

De topambtenaar van VVD-huize werd in 2012 door Opstelten aangesteld en vertrok in maart vorig jaar in het kielzog van de twee bewindslieden.

Uitlatingen Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff over ICT
In het debat dat volgde na het eerste onderzoek van de commissie-Oosting op 16 december 2015, zei minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) dat het bonnetje waarschijnlijk eerder was gevonden als zij de juiste mensen op het ministerie hadden gehad.  "Daar zat natuurlijk ook de fout die gemaakt is", aldus de bewindsman.

Ook staatsecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) wees naar de ICT'ers. "Die informatie had gewoon al jaren eerder gevonden moeten worden", zei hij in hetzelfde debat.

Het tweede onderzoek van de commissie-Oosting concludeert echter dat de medewerkers van de ICT-afdeling "professioneel hebben gehandeld en hun taken naar behoren hebben uitgevoerd."

De uitspraken van de bewindslieden doen "geen recht aan de inspanning" van de ICT-medewerkers, aldus het rapport.

Lees meer over:
Tip de redactie