Klimaattop Parijs moet wereld laten samenwerken

Maandag begint in de Franse hoofdstad Parijs een belangrijke, twee weken durende VN-conferentie. Doel is 195 landen te laten samenwerken in de strijd tegen klimaatverandering.

Dat dit niet eenvoudig is, bleek zes jaar geleden, toen in Kopenhagen een soortgelijke klimaattop mislukte. Over het internationale verdrag dat daar tot stand moest komen, werd na twee weken onderhandelen uiteindelijk geen akkoord bereikt.

Voor de klimaattop in Parijs zijn de verwachtingen iets hoger. Omdat veel landen al maanden van tevoren aan nationale klimaatdoelen hebben gewerkt en deze met elkaar hebben gedeeld, wordt de kans groot geacht dat er in Parijs - op 11 of 12 december - wél een akkoord zal komen.

Een belangrijke factor is de samenwerking tussen China en de VS, die beide grote stappen voorwaarts hebben gezet, waardoor het onderlinge vertrouwen is toegenomen.

Sinds 1992

Klimaatverandering staat al sinds 1992 op de politieke agenda, met sinds 1995 jaarlijkse klimaattoppen over de hele wereld.

In Parijs moet dit jaar gebeuren wat toch nog toe slechts één keer eerder lukte: een echt akkoord bereiken tussen alle deelnemende landen, over samenwerking in de strijd tegen klimaatverandering.

Het vorige klimaatakkoord werd in 1997 in het Japanse Kyoto gesloten. Dit wordt algemeen gezien als slechts een raamwerk. De eerste serieuze poging om tot een veelomvattend klimaatverdrag te komen, was in 2009, in Kopenhagen. Deze top mislukte; een dreun voor de onderhandelingen. Mondiaal zakte de ambitie in, en ook Nederland liet emissiereductiedoelen vieren. 'Parijs' wordt gezien als een cruciale herkansing.

Inzet

Nieuw aan de klimaattop in Parijs is dat er geen scherp onderscheid meer wordt gemaakt tussen industrielanden en ontwikkelingslanden - van alle landen wordt een (zelf te bepalen) inzet verwacht.

Een belangrijk deel van de onderhandelingen gaat over financiering. Arme landen worden het hardst getroffen door de gevolgen van klimaatverandering en hebben daarom hulp nodig bij zogeheten adaptatie, manieren om een deel van de schade hanteerbaar te houden. Hier is een internationaal fonds voor nodig.

Ook bosbescherming blijft een belangrijk aandachtspunt. Zo'n 15 procent van de mondiale CO2-emissies worden veroorzaakt door tropische ontbossing.

Officieel klimaatdoel van de VN is 'gevaarlijke klimaatverandering' te voorkomen. Hiertoe is besloten dat de mondiale opwarming niet boven de 2 graden gemiddeld mag uitkomen.

Stijgt de opwarming voorbij 2 graden, dan neemt volgens de meeste wetenschappers de verwachte schade grote vormen aan. Zo wordt afsmelting van de Groenlandse ijskap onherroepelijk, verdwijnen koraalriffen en dreigen grote delen van de Amazone te verdrogen.

Ook zal de netto landbouwproductiviteit waarschijnlijk afnemen, terwijl weersextremen stijgen. Door droogten en bijvoorbeeld overstroming van rivierdelta's kunnen vele miljoenen mensen uit hun woongebied verdreven worden. Ook de wereldeconomie zal mogelijk veel schade ondervinden van een opwarming boven de 2 graden, waarschuwen gezaghebbende economen als Nicholas Stern.

0,9 graden

De effecten van klimaatverandering die nu al worden waargenomen zijn het gevolg van een stijging van de wereldgemiddelde temperatuur van ongeveer 0,9 graden. De huidige temperatuur is echter nog niet gestabiliseerd met de gestegen concentratie CO2. Ook als we per direct onze extra uitstoot naar nul brengen, zal de opwarming nog decennia doorzetten.

Omdat veel landen hun emissiedoelen al hebben ingediend, is de uitkomst van de klimaattop op hoofdlijnen te voorspellen. Doorrekening van alle emissiedoelen voor 2030, het belangrijke richtjaar voor het Parijs-akkoord, laat zien dat het collectieve ambitieniveau nog steeds veel te laag is: de nu voorgestelde doelen brengen de wereld op een route naar maar liefst 3,5 graden opwarming.

Daarnaast heeft het nieuwe onderhandelingsmodel van de VN ook een groot nadeel. Landen stellen puur vrijwillige doelen en door verzet van onder andere de VS worden de emissiedoelen in het Parijs-akkoord waarschijnlijk niet 'bindend'. Er zijn dus weinig garanties dat landen hun beloften ook daadwerkelijk nakomen.

Beweging

De huidige doelen zijn weliswaar niet voldoende om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, maar er is wel sprake van beweging. Veelzeggend is de snel toenemende betrokkenheid van China, dat zich in hoog tempo ontwikkelt van een steenkoolverslaafde CO2-reus, naar 's werelds grootste investeerder in duurzame energie.

Ook in Nederland zijn er positieve ontwikkelingen te melden. Met een aandeel van slechts 5 procent zijn wij in Europa nu nog hekkensluiter als het aankomt op klimaatbeleid. Maar een Kamermeerderheid is inmiddels vóór sluiting van alle kolencentrales en er gaan geluiden op voor een nationale klimaatwet. Als die wordt aangenomen, gaat ook het Nederlandse emissiedoel voor 2030, en daarmee onze inzet voor de klimaattop in Parijs, omhoog en vinden we in een klap aansluiting bij echte Europese koplopers, zoals Duitsland en Denemarken.

Daarnaast vindt een belangrijk deel van de strijd tegen klimaatverandering buiten de klimaattoppen plaats. En daar verandert het krachtenspel: de winning van fossiele brandstoffen wordt steeds duurder en de zoektocht naar schone alternatieven ook economisch steeds interessanter. 

Auteur Rolf Schuttenhelm is klimaatspecialist en werkt voor Bits of Science.

Lees meer over:
Tip de redactie