Jean de la Fontaine

Frans kostuumdrama over Jean de la Fontaine, de Midas Dekkers uit de 17de eeuw, die beroemd is geworden door gedichten als De Vos en de Raaf.

Frankrijk, zeventiende eeuw. De Zonnekoning, Lodewijk de Veertiende, is aan de macht gekomen en van hem is bekend dat hij alle touwtjes van zijn rijk in handen wilde krijgen.

Er gaat een verhaal dat hij zijn puissant rijke minister van Financiën, Nicolas Fouquet, uit jaloezie om diens rijkdom heeft laten oppakken na een buitensporig fraai feestje op het kasteel van Vaux-leVicomte.

Speels

Dit is echter een legende. Maar de makers van de biografische film Jean de la Fontaine hebben ervoor gekozen om deze legende te gebruiken als leidraad voor hun scenario.

In werkelijkheid kwam het geroddel en gedraai van de gehaaide Fouquet hem uiteindelijk duur te staan, maar misschien was die aanzet wel te hoog gegrepen voor deze meer dan speelse verfilming.

Kritische dierenfabels

Jean de la Fontaine was een van de criticasters van Lodewijk XIV. Maar in de 17de eeuw moest men nog enigszins voorzichtig zijn met kritiek op een koning die uiterst ambitieus bezig was.

En zo kwam De la Fontaine op het idee om zijn politieke pamfletten in de vorm te gieten van fabels zoals De Vos en de Raaf en De Krekel en de Mier.

Rollebollen

De hele film door blijft de toon luchtig, en dat komt vooral door het half grinnikende spel van Lorant Deutsch als De La Fontaine.

Hij ginnegapt zich een weg door 17de eeuws Parijs, schuift aan tafel bij dé toneelschrijvers van weleer, Racine, Corneille en Moliere, en rollebolt met blondines & brunettes terwijl hij zijn vrouw met kind ver weg op het platteland heeft geparkeerd.

Gekonkel

Hoe fraai de decors en kostuums ook mogen zijn, dit is een film van gemiste kansen. Bij elke installatie van een nieuwe vorst was het voor degenen met de duurbetaalde erebaantjes een gekonkel van jewelste om hun positie te behouden. Vielen ze bij de nieuwe koning in de smaak, of werden ze afgevoerd?

Couleur locale

Dit boeiende gegeven wordt nergens opgepakt, en al helemaal niet door het personage De La Fontaine. Racine, Moliere en Corneille dienen bovendien slechts als Grote Namen voor wat couleur locale.

Terwijl het toch de periode was waarin degenen die goed van de tongriem waren gesneden en la parole wisten te sublimeren, carrières konden maken of breken.

Wie derhalve grootse toneelschrijvers en dichters opvoert, mag daar minstens iets van terug laten komen in de dialogen. Regisseur Daniel Vigne had beter een voorbeeld kunnen nemen aan het geweldige Ridicule van Patrick Lecomte.

3 sterren

Tip de redactie