Nederlandse koe bevindt zich in 'gevarenzone'

De Nederlandse melkveestapel moet van de overheid inkrimpen om het mestoverschot in de melkveesector te beperken. Melkveehouders moeten daarom koeien wegdoen. Het gevolg is dat de Nederlandse runderrassen, die het al zo moeilijk hebben, ernstig bedreigd worden.

Voorzitter van de stichting Zeldzame Huisdierenrassen, Geert Boink, beweerde woensdag tegenover EenVandaag zelfs dat de Nederlandse koe over tien jaar verdwenen is als er nu niets gebeurt. Hij vreest dat de koeien uiteindelijk alleen nog te zien zullen zijn in dierentuinen.

NUcheckt legt deze claim voor aan Sipke Joost Hiemstra, directeur van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), die verbonden is aan de Wageningen Universiteit en de Nederlandse genenbank van landbouwhuisdieren en gewassen beheert.

Volgens Hiemstra zitten de Hollandse koeienrassen "in de gevarenzone", maar is de fosfaatregeling niet de enige reden waarom de rassen worden bedreigd. "De oud-Nederlandse rassen zijn nou eenmaal minder productief en efficiënt dan de Holstein-Friesiean", de meest voorkomende melkkoe in Nederland (red.).

In Nederland liepen in 2016 ruim 1,7 miljoen melkkoeien rond, waarvan het overgrote deel Holstein-koeien: de van oorsprong Fries-Hollandse koe, die werd doorgefokt tot hoogproductieve melkkoe in de Verenigde Staten en later ook in Nederland.

Europese Unie

Het ministerie van Economische Zaken heeft 25 miljoen euro uitgetrokken om het aantal koeien in Nederland te verlagen. De zuivelsector zelf legde daar ook nog eens hetzelfde bedrag bij. In totaal is er 50 miljoen euro beschikbaar. 

Het akkoord, dat is ontstaan onder druk van de Europese Unie, moet in elk geval leiden tot 8,2 miljoen kilo minder fosfaat. Hoeveel koeien precies moeten verdwijnen is niet bekend, maar naar schatting gaat het om ongeveer 175.000 dieren. Hobbyboeren met minder dan vijf koeien worden niet getroffen door de regeling.

Van de 'oer-Hollandse' koeien zijn er slechts duizenden over. Zo grazen er volgens de laatste cijfers van het CGN uit 2014 nog maar 1.700 Lakenvelders en 2.190 Groninger blaarkoppen in Nederlandse weides. Ook de Fries-Hollandse zwartbonte koe (1.600), het Brandrode rund (1.000), Fries roodbontvee (520) en de Witrik (500) worden ernstig in hun bestaan bedreigd. Deze cijfers zijn volgens Hiemstra al een tijdje redelijk stabiel, maar kan het fosfaatakkoord hier "behoorlijke impact op hebben."

Hiemstra zegt de redenaties van Boink daarom wel te kunnen volgen. "Het houden van oude rassen gaat steeds verder van bedrijfsmatig naar hobby."

Inteelt

Voor populaties van runderen met minder dan 3.000 dieren dreigen onherroepelijk inteeltproblemen. Voor een populatie van honderd koeien is een effectief fokprogramma nauwelijks mogelijk", zegt hij. Ook de populatie zuivere Maas- Rijn- en IJsselvee (15.000), te herkennen aan zijn roodbruine vlekken, krimpt steeds verder, "maar voor dit ras is er nog een effectief fokprogramma mogelijk en deze koe heeft nog veel te bieden voor melkveehouders", aldus Hiemstra.

Het fosfaatakkoord dreigt de Nederlandse rassenkoe langzaam naar de uitgang te duwen, maar Hiemstra houdt nog hoop. Hij ziet meer bewustwording bij landschap- en natuurbeheerders, die oude rassen toelaten tot natuurgebieden. Daarnaast hebben de runderen meer waarde, vanwege hun exclusiviteit. Zo ziet Hiemstra "een lichtpuntje" in de verkoop van speciale melk- of vleesproducten, zoals restaurants die MRIJ-vlees aanbieden. Bovendien zijn de Nederlandse runderrassen "robuuster".

Cultureel erfgoed

Hiemstra: "De oude rassen zijn op zichzelf levend cultureel erfgoed, maar dat merken boeren niet in hun portemonnee. Er zijn juist grotere bedrijven nodig om een ras in stand te houden. Sommige boeren houden ook koeien van de oude rassen om te helpen het ras in stand te houden, maar als de veestapel moet krimpen, kijken ze als eerste naar de Hollandse rassen. Die produceren ongeveer de helft of een derde minder dan de Holsteins." Hij vindt daarom dat de Nederlandse overheid iets zou kunnen doen om Nederlandse rassen in stand te houden.

Staatsecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) kondigde woensdag aan dat hij gaat onderzoeken of zeldzame runderrassen in de knel komen door de maatregelen om het mestoverschot aan te pakken. Hij erkent het belang van het behouden van deze bedreigde rassen, schreef hij aan de Tweede Kamer.

Mocht een oud runderras helemaal uitsterven, wat Hiemstra niet zomaar verwacht, dan is er nog een verzekering, namelijk: de genenbank. "In theorie kunnen we soorten weer terugfokken met het sperma van stieren dat in de bank zit. Maar het duurt dan zes tot acht generaties voordat een soort weer terug is. We zouden er alles aan moeten doen om zo'n noodscenario te voorkomen."

Lees meer over:
Tip de redactie