'Melkmeisje van Vermeer beschadigd tijdens Tweede Wereldoorlog'

Het melkmeisje van Johannes Vermeer raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd in de Verenigde Staten.

De vele temperatuurwisselingen die het schilderij onderging waren vermoedelijk de oorzaak, meldt Trouw zaterdag na archiefonderzoek. Daaruit blijkt ook dat twee schilderijen van Frans Hals beschadigd raakten.

Het melkmeisje en de schilderijen van Hals waren samen met veertien andere schilderijen van onder meer Vincent van Gogh in 1939 te zien op de wereldtentoonstelling in New York. Omdat later dat jaar de oorlog uitbrak in Europa, bleven de schilderijen in de VS.

Tijdens de oorlogsjaren werden de werken in meerdere Amerikaanse musea tentoongesteld. Het melkmeisje, dat in meer dan twintig musea hing, werd in die periode blootgesteld aan verschillende temperaturen en vochtigheidsgraden, blijkt uit correspondentie die de krant inzag. Het schilderij zou onder andere in een onverwarmde trein naar Canada zijn vervoerd.

Kabinet

De beschadiging van het beroemde schilderij zou onderwerp zijn geweest van diplomatiek verkeer in het kabinet dat tijdens de oorlog in Londen verbleef. Toenmalig minister van Cultuur, Gerrit Bolkestein, zou in die tijd verontrustende berichten over de staat van het schilderij hebben ontvangen.

De beschadigingen werden onder andere gemeld in rapporten van twee verschillende restaurateurs. In een rapport werd gesproken over 'gevaarlijke blaren' en werd geadviseerd om het werk niet meer te vervoeren.

Het kunstwerk werd na de oorlog hersteld en terug naar Nederland gebracht. Het Rijksmuseum leent Het melkmeisje momenteel uit aan het Louvre. Na 22 mei is het schilderij weer te zien in het museum in Amsterdam.

Tip de redactie