Weg van het ANP
Nu de crisis het lijden van de gedrukte pers steeds ernstiger maakt, wordt het verleidelijk om internet maar te gaan boycotten. Dat zou heel dom zijn. Door Arjan Dasselaar
Foto: ANP
Ik heb hem de afgelopen weken enkele tientallen keren toegestuurd gekregen: een striptekening waarop een dagbladjournalist aan een fanatieke internetgebruiker fijntjes duidelijk maakt dat al het nieuws wat hij zojuist op het web heeft gelezen, afkomstig is van die zo vermaledijde ouderwetse kranten.
Dat misverstand hoor je de laatste tijd vaker: zonder kranten zouden al die websites geen nieuws hebben om door te plaatsen. Helaas, dat is een vertekende voorstelling van zaken. Als morgen heel PCM van de aardbodem blijkt te zijn verdwenen, blijft er nog genoeg te lezen over.
Onorigineel
Daar hebben kranten het dan ook zelf naar gemaakt. Het fundamentele probleem van de journalistiek is momenteel niet internet, maar de misvatting dat zoveel relatief onoriginele media heel verfrissend bezig zijn.
Leg vier kranten naast elkaar, en de inhoud zal voor minstens de helft, maar vermoedelijk veel meer, op elkaar lijken. Dat heeft een paar redenen. Zo abonneren kranten zich in grote meerderheid op exact dezelfde persbureaus. Buitenlandverslaggeving is een sluitpost, zoals GPD-correspondent Olaf Koens graag – en terecht – opmerkt.
Agenda-journalistiek
Binnenlandverslaggeving dan? Veel kranten hebben, naar internetmaatstaven, enorme redacties. Helaas laten journalisten zich ook hier vaak leiden door dezelfde bronnen: documenten als de ANP-agenda of de vele identieke persberichten die in duizendvoud over redacties worden verspreid.
Waardoor het voorkomt dat een verslaggever zeker vier collega’s bij hetzelfde evenement tegenkomt, waaronder vaak één van het ANP, dat al die kranten nog eens een verslag toestuurt van de gebeurtenis waar hun eigen mensen net van zijn teruggekomen.
‘Eigen kleur’
Je kunt het journalisten nauwelijks kwalijk nemen. Van jongs af aan is ze geleerd dat deze manier van werken goed is. Daarin worden ze immers gesteund door directies die denken dat het tezamen met concurrenten verslag doen van dezelfde rapportpresentatie goed is voor de ‘eigen kleur’ van de krant.
Natuurlijk is een ‘eigen kleur’ belangrijk, en niet alleen uit journalistiek oogpunt. Een herkenbaar product verkoopt beter. Nog los van de inhoud: als jonge intellectueel wil je in de trein misschien niet worden gezien met een Telegraaf onder je arm, maar wél met een exemplaar van nrc.next.
Meer dan een fanclub
Maar is dat fanclub-gevoel voldoende om de gedrukte pers te redden? Het lijkt er niet op. De oplages van algemene kranten blijven maar dalen. Met slechts een paar leerzame uitzonderingen.
Grote winnaars zijn de gratis kranten. Dat is tevens de reden waarom het offline halen van bijvoorbeeld de Volkskrant zinloos zal zijn. Een groot deel van de lezers komt toch voor berichten die ze anders wel op sites als NU.nl of Spitsnieuws.nl zullen vinden. Kranten die offline gaan, verspelen kortom online advertentieinkomsten én hun reputatie zonder daar extra print-abonnees mee te werven.
Duiding, geen herhaling
Die gewenste groei in oplage is ook in het internettijdperk soms realiseerbaar. Interessant is bijvoorbeeld de oplagetoename bij nrc.next, dat het accent niet legt op verslaggeving, maar op duiding van nieuws. Waarom is dit bericht relevant voor de lezer? Wat is de context? Welke gerelateerde kwesties spelen er?
Een logische keuze. In een tijd dat internet het meest recente nieuws toch binnen seconden naar de lezer brengt, is het zinloos om exact hetzelfde, maar thans verouderde, nieuws de volgende dag nog eens opnieuw te verspreiden per dode boom.
Betalen voor wat je nog niet hebt
Het andere succesverhaal is Het Financieele Dagblad (FD). Komt dat door de crisis? Misschien, al zijn er bedrijven die juist nu het gratis FD-abonnement voor hun medewerkers hebben afgeschaft. Bovendien groeide het FD ook al voor de crisis. Waarschijnlijker is het dat het FD informatie bevat die je elders niet zo snel kunt vinden. Lezers willen graag betalen voor iets wat ze nog niet hebben.
Daar liggen dan ook kansen voor zieltogende kranten. In plaats van voor te stellen maar helemaal te kappen met internet, kunnen journalisten van noodlijdende media beter manieren gaan verzinnen om verhalen te vertellen die nog niemand kent.
Startpagina