Een Nederlandse oliemagnaat

Olie wordt steeds schaarser: de prijs voor een vat passeerde vorige week de honderd-dollargrens. In de negentiende eeuw was er zoveel olie dat het Amerikaanse Standard Oil vaten met verlies dumpte. De Nederlandse olietycoon Henri Deterding was hier fel tegen. Door Anno.

In die beginjaren van de oliewinning was Standard Oil (SO, tegenwoordig Esso) van John D. Rockefeller de grootste olieproducent ter wereld. Dit bedrijf produceerde veel meer olie dan er vraag was.

Door het overschot tegen dumpprijzen aan te bieden, maakte SO het kleinere oliemaatschappijen bijna onmogelijk om te overleven.

Schaars

Deterding was tegen deze dumping. Hij streed er tegen met het argument dat de olievoorraad niet oneindig was en dat olie uiteindelijk schaars zou worden.

Toen hij in 1900 directeur werd van de Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij (KNPM), startte hij een kruistocht tegen de Amerikaanse overheersing van de oliemarkt. Door samen te werken met het Russische oliebedrijf van de Franse Rothschilds en de Britse gebroeders Samuel doorbrak Deterding de Amerikaanse machtspositie.

Invloed

Deze Europese samenwerking leidde tot de Koninklijke/Shell groep, die in 1914 uitgroeide tot de grootste olieproducent ter wereld. Dit had geen invloed op de prijs: pas in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw werd olie echt duur door oorlogen in het Midden-Oosten. Tot die tijd ging de prijs niet eens met de inflatie mee: een vat kostte vanaf 1879 bijna honderd jaar lang tussen de 10 en 20 dollar.

Bijnaam

Deterdings legendarische kennis van de olie-industrie en zijn initialen H.W.A. (Henri Wilhelm August) leverden hem de bijnaam 'Hij Weet Alles' op.

Zijn biograaf beschreef hem in 1938 zelfs als de 'machtigste man ter wereld'. Hij had in ieder geval een vooruitziende blik: de oliereserves raken langzaam op, waardoor de prijs blijft stijgen.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.

Tip de redactie