Vertrouwen op Vodafone
Storingen bij Vodafone en KPN tonen aan dat het onverstandig is om volledig afhankelijk te zijn van grote, inherent kwetsbare systemen. Door Arjan Dasselaar.
Foto: AFP
Kun je Vodafone verwijten dat klanten een week lang belproblemen hadden? Natuurlijk, maar helemaal terecht is dat niet.
Vodafone is, net als trouwens KPN Telecom en T-Mobile, een product van ‘groot denken’.
Aanbieders van mobiele telecommunicatie bestaan bij de gratie van een proces dat grote, en daarmee vaak logge, bedrijven per definitie bevoordeelt. Zoals KPN Telecom nog eens onbedoeld benadrukte deze week.
Dure radiofrequenties
Je moet een groot bedrijf zijn met een flinke zak geld om überhaupt de radiofrequenties te kunnen kopen die voor het aanbieden van mobiele telefonie noodzakelijk zijn.
Om ondanks hun omvang efficiënt te blijven, denken grote bedrijven meestal in ‘schaalgrootte’: hoe groter je iets aanpakt, hoe lager de kosten zijn. Vandaar dat Vodafone in Nederland vijf grote knooppunten heeft voor mobiel telefoonverkeer.
Het kan beter
Een van die knooppunten vloog in brand. Omdat Vodafone van relatief weinig knooppunten afhankelijk is, had die ene brand grote gevolgen.
Dat kan beter. Vodafone had ook vijftig, vijfhonderd of vijfduizend knooppunten kunnen inrichten. Al zou dat een vermoedelijk een verhoging van het abonnementsgeld betekenen.
Onmisbare schakelcentra
Maar werken zou het wel. Hoe meer knooppunten, en hoe meer onderlinge verbindingen tussen die knooppunten, hoe kleiner de kans dat een storing daadwerkelijk schade aanricht.
Klinkt bekend? Inderdaad: dat was ooit het idee achter zogeheten gedistribueerde netwerken zoals internet. Het mobiele telefonienetwerk heeft weliswaar veel zendmasten, maar dat helpt niet als je vervolgens telefoonverkeer afhankelijk maakt van een gering aantal onmisbare schakelcentra.
Bellen zonder zendmast
Het aparte is: zo’n centrale infrastructuur is helemaal niet nodig om mobiele telefonie mogelijk te maken. Australische onderzoekers bouwden al in 2010 software waarmee mobieltjes onderling kunnen bellen zonder telefonieaanbieder.
De Australiërs bedachten dat systeem voor afgelegen gebieden, en daar vereist zo’n systeem nog altijd de aanwezigheid van zendmasten, die per vliegtuig gedropt kunnen worden.
Telefoon als mini-zendmast
In een dichtbevolkt land als het onze kun je op veel plekken vermoedelijk volstaan met zogeheten meshing. Daarbij dient elk mobieltje niet alleen voor het voeren van de eigen gesprekken, maar ook als mini-zendmast die andere telefoontjes in je buurt kan doorschakelen.
Dat er praktisch het nodige moet gebeuren om zoiets te realiseren, spreekt voor zich. Maar de huidige mobiele netwerken waren ook niet in één dag gebouwd.
Kwetsbare netwerken
Daarbij komt dat meshing ook in onvoltooide staat een welkome aanvulling kan zijn op de kwetsbare netwerken van nu. Mobiele storingen zijn geen dagelijkse kost, maar toch werd recent ook KPN Telecom slachtoffer.
Via meshing kunnen adhoc-noodnetwerken tot stand komen, waarmee dergelijke storingen eenvoudiger opgevangen kunnen worden. Of zelfs vermeden.
Best handig
Het zou handig zijn als uw mobieltje over dergelijke meshingtechnologie zou beschikken. Waarom dat nog niet zo is? U mag drie keer raden, al heeft u vermoedelijk aan één keer genoeg.
En als het ook in drie keer niet lukt, kunt u altijd even proberen om tussen 2 en 5 mei met de helpdesk van Vodafone te bellen voor het antwoord.
Door: NU.nl/Arjan Dasselaar
Startpagina