De burgerjournalistiek leeft

Laatste update:  26 juni 2010 07:54 info

De Koelman-affaire rond de website AD.nl toont aan dat er bij dat medium tenminste één journalist in dienst is die heeft zitten slapen. Maar niet dat burgerjournalistiek niet zou kunnen werken. Door Arjan Dasselaar.

Foto:  Getty Images

Er staan een hoop ongeloofwaardige berichten in de media. Hier bijvoorbeeld: ‘T-Mobile lost filevorming op.’ Zoals het een goed journalist betaamt, laat de schrijver die bewering voor rekening van T-Mobile. Hij valt immers niet te controleren zonder een grootschalig onderzoek te doen.

Er zijn grenzen aan de mogelijkheden die de journalistiek heeft om berichten te verifiëren. Nieuws is immers snel, de lezer ongeduldig, en de journalistiek een industrie waar niet bijster veel geld in omgaat. Een jaar uittrekken voor een artikel, zoals in de wetenschap niet ongebruikelijk is, is voor veel media zowel te duur als te langzaam.

Koelman-affaire

Maar de grenzen van de journalistieke mogelijkheden zijn niet zo beperkt als je op grond van de Koelman-affaire zou kunnen gaan geloven. Columnist Luuk Koelman kreeg door zich voor te doen als expat in Japan het voor elkaar om diverse curieuze voetbalberichten op de site van het AD gepubliceerd te krijgen.

Inmiddels heeft zich zelfs nog een tweede grappenmaker gemeld die zegt dat hij hetzelfde kunstje heeft geflikt. Ook van hem zouden verzonnen verhalen zijn geplaatst.

Burgerjournalistiek

Bijna onmiddellijk wees de beschuldigende vinger richting burgerjournalistiek. Dixit Koelman zelf: ‘Oftewel, lang leve de burgerjournalistiek! Want burgerjournalistiek is: gewoon lekker schrijven wat je wilt, want wie doet je wat?’

Daarmee rakelt Koelman twee ad nauseam gevoerde discussies – of burgers nu wel of niet journalisten kunnen zijn en of dat verstandig is – weer op. Beetje jammer, want laten we ons – indachtig het thema dat Koelman aan de orde heeft gesteld – bij de feiten houden.

De feiten

Die zijn dat er bij het AD tenminste één professionele journalist werkt die onvoldoende kritisch is geweest, en daardoor artikelen op de site heeft laten plaatsen die inhoudelijk niet kloppen.

Met de bron van de artikelen – in dit geval een columnist die zich voordeed als burgerjournalist – heeft dat verder niet zoveel te maken. Het spreekt voor zich dat je als journalist nooit iets voor zoete koek slikt, laat staan als iemand met wie je nog nooit hebt samengewerkt, opeens komt aanzetten met verhalen die te mooi en te sappig lijken om waar te zijn.

Journalistieke fraudeurs

De journalistieke geschiedenis kent helaas meerdere incidenten waarbij mediaprofessionals, waarvan Koelman er trouwens ook eentje is, de kluit hebben belazerd. Zo was er Jayson Blair bij de New York Times, een krant waar ze toch over het algemeen geen sufferds aannemen.

Een oplossing ligt in het invoeren en vervolgens handhaven van strikte fact checking-protocollen. Koelman pleit hier op zijn site terecht voor. Maar vergis u niet. Fact checking maakt journalistieke fraude niet alleen niet onmogelijk, in sommige gevallen wordt het zelfs makkelijker.

Stephen Glass

Namelijk als de fraudeur een leemte in het fact checking-protocol weet te ontdekken. Dat lukte Stephen Glass, een jonge, talentvolle journalist die voor het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift The New Republic schreef. Glass verzon tientallen verhalen. Die kwamen langs de fact checkers omdat sommige dingen niet zo eenvoudig gefactcheckt kunnen worden. De notities die een verslaggever op reportage maakt, bijvoorbeeld. Dat liet men dus maar geheel achterwege.

Uiteindelijk kwam het bedrog van Glass aan het licht omdat een journalist van een concurrerend medium, Adam Penenberg, ontdekte dat hij diverse personen en bedrijven uit een verhaal van Glass niet kon vinden, laat staan bereiken. Glass werd, zoals dat hoort, ontslagen en de fact checking-methodes kregen een aanscherpbeurt.

Niets is zeker

De trieste conclusie van de Koelman-affaire moet dus niet zijn: ‘Burgers die journalistiek bedrijven, zijn bij voorbaat onbetrouwbaar.’ Maar: ‘Journalisten moeten beseffen dat ze nooit betrouwbaar genoeg kunnen werken.’ Zoals Koelman zelf ook boven zijn laatste blog zet: ‘Niets is zeker, dát is zeker.’

Zekerheden bestaan nergens. Niet in de journalistiek, ook niet in de wetenschap. Zo geloofden geleerden in de 19e eeuw massaal in de ‘aether’ als transportmedium voor licht. Pas na het beroemde Michaelson-Morley-experiment kreeg twijfel over de ‘aether’ echt voet aan de grond. Maar toen waren we wel tientallen jaren verder.

Zo behoort kennis – ook journalistieke – te ontstaan: als gevolg van voortschrijdend inzicht dat rust op een fundament van scepsis, twijfel, check en dubbelcheck. Honderd procent betrouwbaarheid kan en mag niet worden gevraagd. Niet omdat het niet wenselijk is, maar omdat het een onmogelijke eis is.

Reageer op dit artikel:
Stuur door:
Deel artikel:

Maandag

Paul de Lange belicht wekelijks een tv-programma in zijn column.

Column maandag

Dinsdag

Jean Wagemans beschrijft de wondere wereld van het argumenteren.

Lees meer

Woensdag

Peter Wierenga is journalist en schrijft wekelijks over politiek in Nederland.

Column woensdag

Donderdag

Olaf Koens is onze donderdagcolumnist en bericht wekelijks uit verre uithoeken over bijzondere situaties.

Column donderdag

Column Lifestyle

Snedige columns over (bijna) alles wat mannen bezighoudt.

Lees verder