Iraakse massavernietingswapens en het broeikaseffect
Te vaak worden onderzoekers ongewild voor het karretje van laffe, onbesluitvaardige politici gespannen. Politici moeten altijd zelf verantwoordelijkheid voor hun beleid nemen, zodat onderzoekers onafhankelijk kunnen blijven onderzoeken. Door Arjan Dasselaar.
Foto: ANP
Wat is de overeenkomst tussen de Amerikaans-Britse invasie van Irak, en allerlei westerse maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen?
Niet gelijk heel bijdehand antwoorden dat het eerste een heel dom idee was, en het tweede een heel goed idee. Er is een niet-politiek antwoord op deze vraag mogelijk.
Stelliger
In het eerste geval werden inlichtingendiensten aangemoedigd om toch vooral wat stelliger te zijn over de mogelijke massavernietigingswapens die Saddam zou kunnen bezitten.
In het tweede geval rechtvaardigen politici hun maatregelen door te verwijzen naar “de” klimaatwetenschap, die “bijna unaniem” overtuigd is van het dreigende gevaar van verdere aardopwarming.
Onafhankelijkheid van deskundigen
In beide gevallen is dus sprake van politici die hun claims onderbouwen met meningen van ter zake deskundigen. Daar is op zichzelf niets mis mee. Behalve als politici zich zo sterk achter wetenschappers of onderzoekers verschuilen dat zo de onafhankelijkheid van die deskundigen wordt aangetast.
Dat dit in het geval van Irak is gebeurd, staat zo ongeveer vast. Hoewel het Hutton-onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat niet alle verwijten terecht waren, blijft er achteraf weinig heel van de presentatie van Colin Powell voor de Verenigde Naties.
Vooral pessimisten
Is iets soortgelijks het geval in de klimaatwetenschap? Feit is dat de Nederlandse overheid vooral zaken doet met wetenschappers die pessimistisch zijn over de menselijke invloed op het klimaat.
Visies op het klimaat worden vastgelegd door het VN-orgaan IPCC. Aan het IPCC-rapport uit 2007 werkte ook een Nederlandse delegatie mee, uitgezonden door de overheid. Daarin zaten volgens het weekblad Elsevier vier medewerkers van de milieuorganisaties Greenpeace, Natuur en Milieu en Milieudefensie.
Maar één scepticus
Onder de 110 leden van de Nederlandse delegatie zat één klimaatscepticus: de VVD-econoom Hans Labohm. Dat is interessant, want Labohm is geen klimaatwetenschapper doch econoom.
Niet dat dit betekent dat economen louter onzinnige dingen zeggen – hoewel je na de bankencrisis daar soms je twijfels bij hebt. Maar je vraagt je wel af waarom andere Nederlandse klimaatsceptici met relevantere wetenschappelijke papieren dan in de delegatie ontbraken.
Veel meer sceptici
We noemen sceptici als Bas van Geel (paleoklimatoloog), Cees de Jager (astronoom, ondermeer deskundig in invloeden van de zon op het klimaat) en Salle Kroonenberg (geoloog). Om nog maar te zwijgen van Hans Oerlemans (KNAW-hoogleraar) en Gerbrand Komen (oud-KNMI-directeur).
Selecterende overheid
Waarom heeft de overheid überhaupt een rol bij het samenstellen van wetenschappelijke afvaardigingen? Kan dat niet het beste volledig worden overgelaten aan die wetenschappers zelf? Het gevaar op wetenschappelijke zelfcensuur, of op zijn minst zelfselectie, is nu groter dan gewenst.
Wetenschappers moeten onderzoeken, en moeten de mogelijkheid hebben om volstrekt eerlijk te zijn over elke twijfel, hoe minuscuul ook, die ze ervaren. Dat is zelfs de taak van wetenschappers: eeuwig blijven twijfelen, eeuwig blijven zoeken naar een zwarte zwaan die misschien nooit gevonden wordt.
Geen kanttekeningen
Maar de samenstelling van de Nederlandse delegatie naar het IPCC lijkt er vooral op gericht om twijfel zoveel mogelijk te minimaliseren. Dat is geen wetenschappelijk, maar politiek gedrag.
Politici houden niet twijfel. Dat maakt het maar lastig om een beleidsvoorstel geaccepteerd te krijgen. Maar die behoefte aan zekerheid is een gebrek van politici, niet van wetenschappers.
Eerlijk over onzekerheden.
Eerlijke politici zouden ook eerlijk moeten durven zijn over de eventuele onzekerheden die hun voorgenomen beleid bedreigen. Beter nog: ze zouden de deskundigen op wie ze zich baseren, moeten aanmoedigen om helder te zijn over alle twijfels. Hoe klein ook.
Want het is aan politici, niet aan wetenschappers, om vervolgens uit onderzoek conclusies te trekken en daar beleid op te baseren. Als die twee taken door elkaar gaan lopen, gebeuren er ongelukken, zoals in de besluitvorming rond Irak is gebleken.
Wegkokende Noordzee
Niets houdt een politicus tegen om te bepleiten dat we zo snel mogelijk moeten overstappen op duurzame brandstoffen. Ook niet de huidige kritiek van klimaatsceptici. Je kunt het standpunt dat de mens (mede)verantwoordelijk is voor de recente opwarming, nog altijd prima onderbouwen.
Wat je niet kunt, is je kiezers absolute zekerheid bieden. Maar wie absolute zekerheid nodig heeft om besluiten te durven nemen, is geen echte leider. Die kan beter een carrière in de wetenschap kiezen, waar twijfelaars – als het goed is – gekoesterd worden.
Startpagina