Voetballers in ondergoed

John Terry heeft de aanvoerdersband van de Engelse nationale voetbalploeg moeten inleveren vanwege een buitenechtelijke relatie met een ondergoedmodel en een mislukte poging ieder mediabericht daarover te verbieden. Dat hadden we in Nederland heel anders aangepakt. Door Remy Chavannes. Door Remy Chavannes

NU.nl’s sportcolumnist Thijs Zonneveld schreef vorige week al over het enige aspect van de affaire dat mogelijk enige nieuwswaarde heeft.

Ploegmaat

Terry was namelijk niet zo maar vreemdgegaan: deze Vanessa Perroncel is nota bene de ex-vriendin van Terry’s internationale ploegmaat en (voormalige) goede vriend Wayne Bridge. Perroncel en Bridge hebben samen een kind.

Volgens Britse commentaren zou Terry’s verraad funest zijn voor de harmonie in de kleedkamer, en dus voor de Engelse kansen op het WK. De pers als waakhond van de democratische samenleving moest daar wel over berichten.

Onthullingen

Voor het overige lijkt er niets aan het verhaal over een vreemdgaande profvoetballer dat perspublicaties – en de daarmee gepaard gaande schending van de privacy van betrokkenen, hun (ex-)partners en kinderen – rechtvaardigt.

Ik zegt “lijkt”, want er zijn belangrijke verschillen tussen Engeland en Nederland als het gaat om intieme mediaonthullingen over beroemdheden.

Totaalverbod

Ten eerste had Terry een gespecialiseerd Londens advocatenkantoor ingehuurd om een zogenoemde ‘superinjunction’ aan te vragen: een verbod aan alle Britse media om ook maar iets te publiceren over de ‘vermeende’ affaire of zelfs maar het bestaan van een dergelijk verbod bekend te maken.

Toen een rechter het verbod later weer introk, gingen de kranten als bezetenen achter Terry aan. De woede van de media over de gebruikte procedure verklaart de heftigheid waarmee Terry vervolgens aan de schandpaal werd genageld. Avram Grant, trainer van hekkensluiter Portsmouth en kennelijk onlangs te gast bij een plaatselijke ‘massagesalon’, leerde dezelfde les.

Censuur

Zo’n preventief totaalverbod bestaat in Nederland niet. Rechters hebben een afkeer voor censuur en willen alleen bij hoge uitzondering een publicatie vooraf verbieden. Na publicatie kan de uitgever voor de rechter worden gesleept. Als die vindt dat de publicatie onzorgvuldig was volgt meestal een rectificatie en een paar duizend euro smartengeld.

De roddelbladen lachen zich kapot om zo’n veroordeling en het slachtoffer koopt er weinig voor: een privacyschending kan je achteraf niet meer ongedaan maken.

Ten tweede woedt er in Engeland, in tegenstelling tot Nederland, een voortdurend publiek debat over de seksuele moraal van voetballers. Helemaal als het gaat om de aanvoerder van de nationale voetbalploeg.

Rolmodel

Sinds Bobby Moore in 1966 het WK met Engeland won, is de aanvoerder een instituut. Ook David Beckham en John Terry werden geacht nationale rolmodellen te zijn. Om dat te onderstrepen - of, leek het wel, om die rol te ondermijnen - zijn zij eindeloos voorwerp geweest van perspublicaties.

Hoe anders in Nederland, waar de meeste mensen niet weten wie de aanvoerder is, laat staan dat zij van hem een zuiverder privéleven verwachten dan van zijn ploeggenoten.

Meetlat

Misschien komt het omdat het Nederlands Elftal de afgelopen jaren ettelijke aanvoerders heeft gehad. Maar zelfs Frank de Boer, die 71 keer aanvoerder was van Oranje, is nooit als nationaal rolmodel beschouwd, laat staan dat de vaderlandse pers hem voortdurend langs zo'n meetlat beoordeelde.

Aanvoerder van het privacykamp in Engeland is tegenwoordig ervaringsdeskundige en ex-Formule 1-baas Max Mosley. Zijn leven stortte vorig jaar in na perspublicaties over SM-sessies. Beschuldigingen over Nazi-trekjes moesten publicatie rechtvaardigen, maar die bleken verzonnen en ondertussen lag zijn seksleven op straat. Sindsdien voert hij een principiële strijd tegen privacyschendingen in de Britse boulevardpers.

Mosley

Mosley procedeert nu bij het Europese mensenrechtenhof in Straatsburg. Daar bepleit hij dat kranten die voornemens zijn onthullingen te publiceren die de privésfeer raken, verplicht moeten worden de betrokkene vooraf te informeren. Die kan de zaak dan nog voor publicatie aan de rechter voorleggen.

In de Engelse situatie is dat geen onbegrijpelijke eis, vooral omdat de pers daar sinds jaar en dag een totale minachting toont voor de rechten en belangen van degenen over wie zij schrijven.

Het mensenrechtenhof doet echter uitspraken die bindend zijn voor heel Europa. Ook voor landen waar de pers een stuk meer verantwoordelijkheidsbesef toont of waar preventieve controle op perspublicaties om historische of culturele redenen onaanvaardbaar is. Alleen al om die reden lijkt Mosley’s zaak gedoemd te mislukken.

Tip de redactie