Telefoon uit Iran
Wat als Nokia en Siemens de Iraanse overheid inderdaad aan afluisterapparatuur hebben geholpen? Dan nog hebben telecombedrijven meer goed dan kwaad gedaan. Door Arjan Dasselaar.
Toen Rusland nog de Sovjet-Unie heette en wat meer ruimte innam dan nu, had de communistische partij een enorme hekel aan faxmachines.
En trouwens ook aan stencilapparaten. Die dingen leverden maar gedoe op. Zo kon de oppositie er heel eenvoudig informatie mee uitwisselen.
Faxmachines, stencilapparaten, internet en mobiele telefoons zijn wat de Amerikaanse politicoloog Ithiel de Sola Pool ‘technologies of freedom’ noemde. Technologieën die het mogelijk maken dat burgers op een vrije manier met elkaar communiceren. Eén stencilapparaat kan immers meer rechtzetten dan tien propagandamedewerkers kunnen kromlullen.
Censurerende techniek
In de praktijk is de vrijheid die dergelijke apparaten bieden, altijd beperkt. Zelfs in de westerse wereld. Toen de zogeheten ‘Toetjesterrorist’ internet gebruikte om Campina af te persen, werd hij getraceerd dankzij dezelfde technologie die hem in staat stelde om chantage te plegen.
Geen wonder dat in reactie op Pools boek ook de term ‘technologies of control’ in gebruik kwam. Nu zal er weinig verzet bestaan tegen het arresteren van toetjesterroristen. Maar in Iran is het verschil tussen zwart en wit op dit moment nogal groengetint.
Bla
Zo trok de Wall Street Journal internationaal de aandacht met het bericht dat Nokia Siemens Networks (eigendom van zowel Nokia als Siemens) de Iraanse overheid speciale apparatuur en software zouden hebben geleverd waarmee ze ondermeer internetverkeer zouden kunnen doorzoeken.
Het bericht zorgde voor veel kritiek op Nokia en Siemens. En ook voor cynisch bedoelde fotomontages zoals deze. Maar was al die kritiek terecht?
Deep Packet Inspection
Dat is nog maar de vraag. Nokia en Siemens ontkennen in elk geval dat ze zogeheten Deep Packet Inspection-apparatuur hebben geleverd, zoals werd beweerd.
Daarmee wordt het mogelijk om niet alleen te zien wie met wie op internet communiceert, maar ook wat voor informatie er wordt uitgewisseld.
Een belangrijke bron voor het verhaal in de Wall Street Journal heeft onmiddellijk na publicatie laten weten dat hij verkeerd is begrepen. Ook is er uit andere hoek kritiek op een van de schrijvers van het stuk, die al eerder onnauwkeurig zou zijn geweest. Dit alles vermindert de geloofwaardigheid van de claims van Nokia en Siemens in elk geval niet.
Niet fraai
Wat heeft Nokia Siemens Networks dan wel geleverd? Naar eigen zeggen apparatuur om telefoongesprekken mee af te luisteren.
Dat is inderdaad niet erg fraai. Wettelijk gezien was zo’n levering misschien toegestaan, maar moreel had je daar toch beter even wat langer over na kunnen denken.
Niettemin moeten de zonden van de telecomindustrie wel worden verrekend met de goede daden waar ze ook voor verantwoordelijk zijn.
Zonder diezelfde bedrijven hadden we vermoedelijk nog minder te horen gekregen uit Iran. Oftewel: in de strijd tussen ‘technologies of control’ en ‘technologies of freedom’ zijn de laatsten vooralsnog aan de winnende hand.
Startpagina