Weer een nieuwe Mediawet

Nog dit jaar maakt de Mediawet de sprong naar het internet. Toezichtsambtenaren van het Commissariaat voor de Media gaan het online programma-aanbod van Nederlandse mediabedrijven controleren. Niemand weet hoe dat uitpakt. Door Remy Chavannes.

De nieuwe Mediawet is nog niet in werking getreden, of de wijzigingsvoorstellen vliegen ons al weer om de oren.

De eerste, de ‘Erkenningenwet’, moet de regels voor toetreding tot het publieke bestel aanscherpen.

Televisierichtlijn

Een recenter wetsvoorstel zal de Mediawet aanpassen aan de Europese richtlijn over audiovisuele mediadiensten.

Die introduceert regels voor on-demand diensten zoals Uitzending Gemist, online videotheken en misschien zelfs YouTube.

Zo krijgen aanbieders van programma’s op aanvraag bijvoorbeeld te maken met regels over sluikreclame en subliminale reclame. Geen online televisieseries dus over mensen met verdacht witte tanden, die stiekem worden gefinancierd door Colgate.

En geen onzichtbare flitsreclames via uitzending gemist die je zonder dat je het door hebt inprenten dat je elke dag een Mars moet eten.

Ondertiteling

In plaats daarvan moeten aanbieders programma’s toegankelijker maken voor slechthorenden. Ter bescherming van de Europese (lees: Franse) filmindustrie moeten er vooral veel Europese producties worden getoond.

Nobele en belangrijke doelstellingen, dus als u binnenkort via uw favoriete videoclipwebsite alleen nog maar moeilijke Deense documentaires kunt vinden met drietalige ondertiteling én een gebarentaaltolk onderin, weet u dat de nieuwe wet in werking is getreden.

Verantwoordelijkheid

Je zou denken dat een Europese richtlijn waarover jaren is vergaderd helder zou formuleren welke diensten onder welke regels gaan vallen. Maar nee, niets daarvan. Internetmediabedrijven en mediatoezichthouders zullen de komende jaren nog uitgebreid gaan stoeien over de toepasselijkheid van de verschillende regels.

Zo valt een mediadienst pas onder de richtlijn als die bestaat uit het onder redactionele verantwoordelijkheid van de aanbieder leveren van programma’s. Maar niemand weet hoe je dat toepast op een dienst als YouTube, die deels een user-generated chaos is maar deels strak wordt geprogrammeerd in samenwerking met omroepen en filmproducenten.

Dochters

Is zo’n complexe, internationale, steeds veranderende dienst als YouTube nou één dienst, die wordt aangeboden vanuit Californië? Of bestaat het uit allerlei nationale of thematische deeldiensten die per land gereguleerd kunnen worden?

En moeten die regels dan worden toegepast op Google in de VS, de lokale Google-dochters of de omroepen en filmstudio’s met wie de kanalen worden gemaakt?

Er zijn nog meer vraagpunten. Elektronische versies van kranten vallen bijvoorbeeld niet onder de regels, maar geldt dat ook als een krantenuitgever zijn website gaat verrijken met nieuwsclipjes?

Redhotdutch

Misschien wel het meeste heb ik te doen met de arme toezichtsambtenaren van het Commissariaat voor de Media.

De hele dag het internet afstruinen op zoek naar websites die vooral bestaan uit het aanbieden van televisieprogramma’s en die op het eerste gezicht worden samengesteld onder redactionele verantwoordelijkheid van een aanbieder die is gevestigd in Nederland.

Geen idee hoe zij dat moeten gaan vaststellen. Maar als aanbieder eenmaal gevonden is, worden de regels keihard toegepast. Of de uitgevers van Redhotdutch.com, Virgindreams.com en Teenagepyjamaparty.org even willen aantonen dat hun aanbod voldoende Europese producties bevat?

Tip de redactie