Marco
Soms denk ik aan Marco. Aan die ene voetballer, lang geleden. Die ene die kon zweven. Ondersteboven hangend in de lucht, wachtend op de bal. Die ene met de allesverpletterende zekerheid dat hij zou gaan scoren. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Die zekerheid was misschien wel het meest fascinerende. Geen gelul, maar goals. Nooit een spoor van twijfel. Hoefde ook niet. Want Marco scoorde altijd en overal. Met links, met rechts, met zijn hoofd, met zijn hak, met zijn oksel en met zijn linkeroorlel. Als een kauwgomballenmachine: je gooide er een muntje in – rommelderommeldebommel – en er rolde een toverbal uit.
Als je 'm toen had gezegd dat hij later trainer zou worden, dan had hij je uitgelachen. Hij zou nooit van zijn leven zo'n zenuwachtige man in een begrafenispak worden.
Nooit zou hij met z'n billen bij elkaar op de bank zitten en bidden om een hutseklutsbal in zijn voordeel. Nooit zou hij afhankelijk zijn van een derderangs spits of een rechtsback met een eksteroog.
Bondscoach
En hij zou al helemaal nooit bondscoach worden. Niks voor hem, joh. Hij had jarenlang geen wedstrijd gezien. Voor je het wist selecteerde hij al ienemienemuttend voetballers. Kreeg je Theo Lucius, Civard Sprockel en Romano Dennenboom in een oranje shirt. Hahaha. Dan zou hij op ieder toernooi voortijdig uitgeschakeld zou worden.
En daarna moest hij vast bij Ajax op de bank gaan zitten als de nieuwe Verlosser. Hij zag het al voor zich. Stond ie zichzelf op regenachtige dinsdagochtend op de Toekomst af te vragen of die Oleguer nu echt geen drie keer hoog kon houden. En stel dat ze een paar keer achter elkaar verloren.
Dan zouden er supporters pannenkoek tegen hem roepen en moest hij op het trainingsveld beterschap beloven aan een stel capuchons. Moest hij een paar weken later een brief voorlezen waarin stond dat hij opstapte omdat hij het ook niet meer wist. En daarna moest hij zeker gaan leuren om een baantje bij andere clubs? Vergeet het maar.
Directeur
Misschien dat Ajax hem dan nog wel een keer terug zou willen. Als directeur. Getver. Da's nog erger dan trainer. De hele dag koffie drinken en jezelf langzaam ophangen in je eigen stropdas – dat nooit. Hij zou niet eens met ze gaan praten. Ook al zou JC himself op de stoep staan. Niks mitsen. Niks maren. Niks directeur. Niks trainer.
Hij bleef lekker in Milaan. Beetje golfen en verder niks. Af en toe een espresso op een terras, bladerend door de Gazzetta dello Sport. En als zijn espresso op was, dan nam hij er nog een. Zeker weten.
Startpagina