Berg!

Raar idee. Ik weet het. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik het zie zitten. Ik wil een berg. Een echte. In Nederland. Door Thijs Zonneveld. 

Dit land is plat. Saaaaaaaai plat. Polderplat. Georganiseerd, gestructureerd, rendabel plat. Al dat plat is hartstikke handig om bieten op te verbouwen, koeien te laten rondloeien of wegen zonder omweg aan te leggen, maar sportief gezien is het een ramp.

De kans dat een Nederlands jochie de beste schansspringer van de wereld wordt, staat gelijk aan nul. De kans dat een Nederlands meisje dat geen Sauerbreij van achteren heet de beste snowboardster van de wereld wordt is nog kleiner dan nul.

Het is niet toevallig dat Nederlandse bobsleeërs op de Olympische Spelen met bruin in de broek bovenaan de baan staan: zo'n berg is eng hoog voor mensen die gewend zijn onder de zeespiegel te leven. En we kunnen met z'n allen wel verwachten dat Robert Gesink de Tour wint, maar die jongen moet naar Spanje verhuizen om een berg van meer dan puisthoogte te beklimmen.

Geadopteerd

Nederlandse wielerfans hebben trouwens hetzelfde probleem: als ze een peloton tegen een echte berg op willen zien fietsen, dan moeten ze naar het buitenland. Uit arren moede hebben we maar een stuk rots gekoloniseerd en geadopteerd. Een week geleden vierden we er nog met z'n allen carnaval. En floten we Titi Voeckler uit.

Maar eigenlijk is dat ding helemaal niet van ons. De laatste Nederlandse Touroverwinning op Alpe d'Huez dateert uit de Steentijd. Tegenwoordig winnen er alleen Fransen, Spanjolen en Italianen – renners die hun hele leven al tegen een berg op fietsen. Mannen die vanaf de jeugdcategorieën zijn geselecteerd, geselecteerd en doorgeselecteerd op hun klimcapaciteiten.

Terwijl diezelfde talenten bij ons misschien wel helemaal niet gaan wielrennen omdat ze nooit ontdekken dat ze hard tegen een berg op kunnen fladderen. Tim Krabbé schreef al eens volkomen terecht dat Bahamontes misschien wel glazenwasser was geworden als hij in Amsterdam zou zijn geboren.

Hoop beton

Denk even mee. Wat áls. Wat als we hier in Nederland een berg aanleggen. Gewoon een hoop beton op elkaar. Metertje of tweeduizend de lucht in. Bobsleebaan erop, een paar skipistes, plus een weg met een stel haarspelden. Op de top een Papendal in de wolken voor atleten die op hoogte willen trainen. Misschien wel met een ijsbaan ernaast: hoeven Sven Kramer & co ook niet meer naar Calgary voor een snelle ijspiste.

Waar? Simpel. Wel eens door de Noordoostpolder gereden? Of van Almere-Muziekwijk naar Lelystad? Daar past makkelijk een berg. En anders leggen we toch nog een stuk zee droog. Ik weet ook wel dat zo'n nepberg heel kunstmatig klinkt, maar wel beschouwd is heel Nederland kunstmatig: alles hangt hier aan elkaar van ingepolderde stukken land.

Trainingskampen

Natuurlijk kost het een hoop geld, maar al die trainingskampen in Verweggistan kosten nog veel meer. Bovendien is het uitzicht van Parijs tot Kopenhagen gegarandeerd een toeristische trekpleister: katsjing katsjing. Milieutechnisch kan het ook geen probleem zijn – er hoeven geen vliegtuigen vol atleten meer richting de Sierra Nevada.

En bovendien hoeven we niet meer ver weg voor wielercarnaval op een berg. We kunnen Titi Voeckler ook gewoon uitfluiten op de Alp d'Almere.

Tip de redactie