Titi wint de Tour
Ik schrok er zelf van. Zat ik daar zomaar ineens Allez Titi te mompelen. Ik begreep mij niet. Niet lang geleden was Thomas Voeckler nog de meest irritante renner van het peloton en nu moedigde ik hem aan. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Titi veroverde de gele trui bijna twee weken terug. Geen idee wat er sindsdien is gebeurd, maar ik ben om. Ik ben niet langer anti-Titi.
Misschien is het omdat de Titimania hier in Frankrijk besmettelijk is. Al die Fransozen en Françaises die Titi verafgoden alsof het Le Grand Croissant himself is: dat doet toch iets met je.
Als je ziet hoe bakvissen zich voor zijn voorwiel gooien om een kus van zijn band te krijgen, als je ziet hoe volwassen mannen op hun knieën gaan voor een petje of een bidon – dat zet je aan het denken. Misschien hebben ze wel gelijk, die Fransen.
Vecht
Misschien is het omdat Titi voor de gele trui vecht met alles wat hij heeft. Met zijn benen, met zijn kop, met zijn arrogantie. Hij maakt zelf wel uit of hij zou lossen of niet. Tong uit zijn mond, snot op zijn bakkes – hoe ziet er niet uit, maar het gaat wel vooruit. Titi speelt alles of niks. Vergeleken met het rekenmachinewielrennen van zijn naaste belagers is hij een verademing.
Misschien is het omdat hij zich in afdalingen durft te smijten zonder een spoor van angst. Van de vrije val naar Pinerolo had hij alleen een videootje gezien, maar dat weerhield hem er niet van om erin te vliegen als een parachutist zonder parachute.
Dat ging ook niet lang goed natuurlijk: Titi landde in de tuin van een Italiaanse familie. Vond hij zelf doodnormaal trouwens: hij zette zijn fiets weer op de weg en vervolgde zijn kamikazeafdaling.
Toneelstuk
Misschien is het omdat van elk camerashot een toneelstuk maakt. Omdat iedere persconferentie van Titi een cabaretvoorstelling is. Elke keer schudt hij weer nieuwe anekdotes uit zijn mouw. Hij rolt met zijn ogen, trekt rare bekken en maakt grapjes – en wonder boven wonder zijn ze soms nog leuk ook.
Hij is één bonk show, maar in wezen is sport ook uitgevonden voor de show. Als er alleen maar Robert Gesinks en Cadel Evansen in het peloton rondreden, dan hoorden we voor en na elke etappe tweehonderd keer 'we zien wel'. Gaap.
Ieniemienie-amuse
Titi fietst als een stokbroodje met La Vache Qui Rit. Een baguetje smeerkaas die in je huig blijft plakken, maar die stiekem ook wel lekker smaakt. Zeker als je honger hebt.
Zeker als het juli is in Frankrijk. Je kunt er eigenlijk niet voor uitkomen als je in een sterrenrestaurant zit te eten met je semi-intellectuele vrienden, maar zo'n broodje met een lachende koe is soms lekkerder dan die ieniemienie-amuse van kaviaar die tussen twee doperwten op je bord ligt.
Gisteren worstelde Titi zich over een paar Alpen heen. Ik mompelde Allez Titi en ik hoopte dat hij de Tour zou winnen. Een stokbroodje La Vache Qui Rit in Parijs: mmmm. Nu al zin in.
Startpagina