Rochel
Schraap je longen. Gorgel je keel. Leg het stuk slijm met je tong achter je tanden. En spuug! Want er gaat niets boven een goeie rochel. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Rochelen is een mannending. Ik kan hooguit een handvol vrouwen opnoemen die ik ooit heb zien spugen.
En ik heb nog nooit gehoord van vrouwen die eerst in de pisbak rochelen voordat ze erin urineren. Vrouwen zijn anti-rochel. Niet alleen doen ze het zelf niet – ze verbieden hun mannen ook te rochelen.
De rochel zit een beetje in het verdomhoekje. Spugen zou vies en ordinair zijn. Maar wat moet je met een potentiële fluim als je in een concertzaal zit of in een drukke winkelstraat loopt? Doorslikken? Alsof dat lekker fris is. Gelukkig zijn er nog steeds plekken waar mannen wel mogen rochelen.
Lekkerkerkse Boys 8
Zo is daar het voetbalveld, rochelplek bij uitstek. Of je nu bij Real Madrid speelt of bij Lekkerkerkse Boys 8: iedereen fluimt. Vooral op rouwmomenten. Na een gemiste kans bijvoorbeeld. Of na een gele kaart van de scheids. Misschien zelfs wel na een vergeefs sprintje richting cornervlag.
Spugen lucht op. Je rochelt letterlijk een stukje smerigheid je lichaam uit. Bij voorkeur belandt zo’n rochel op een plek waar hij geen schade aanricht, maar bij uitzondering is het ook mogelijk de slijmklodder elders te deponeren. Voor meer informatie kunt u terecht bij Frank Rijkaard of Rudi Völler.
Groengeel stuk slijm
Zelfs trainers fluimen. Ik zag van de week Pep Guardiola, de gentleman-coach van Barcelona, de perfecte rochel produceren. Het gebeurde nadat zijn sterspeler Messi voor open doel naast had geschoten. Guardiola schreeuwde niet, vloekte niet, jammerde niet – hij spuugde alleen maar.
Een groengeel stuk slijm maakte een schitterende parabool over de zijlijn en landde op het gras van Nou Camp. Ik zat thuis te applaudisseren op de bank.
Pelotons
Wielerpelotons zijn rollende rochelfabrieken. Voor degenen die nog nooit in een groep stampende mannen hebben gefietst: de fluimen vliegen je om de oren. Dat komt vooral omdat speeksel moeilijk te richten is bij windkracht zes en hartslag tweehonderd.
Na afloop zit er altijd wel een rochel op je kin – en je hebt geen idee of die nu van jezelf was of van een van de anderen.
Atleten spugen op de sintels, schaatsers op de inrijdbaan, skiërs in de sneeuw, boksers in een teiltje dat na iedere ronde voor hun neus wordt gehouden. De enige mannelijke sporters die niet spugen, zijn kerels die in een zaal rondrennen.
Volleyballers bijvoorbeeld. En tennissers. En basketballers. Spuug op zeil is namelijk een boobytrap. Hoe lekker een goeie rochel ook is – je legt geen bananenschillen voor jezelf neer. Die fluimen kun je beter bewaren voor het moment dat je onder de douche staat na de wedstrijd.
Turnen
Ik heb deze week het spuuggedrag op het WK turnen bestudeerd. Turners spugen in hun handen. Deels voor de concentratie, deels om de handen een beetje stroever te maken. Een klein rocheltje tussen je vingers, even wrijven – en dan er tegenaan. Je ziet dat het werkt.
Hun vrouwelijke collega’s doen dat niet, op een verdwaalde Oezbeekse met een snor na. De meeste turnmeisjes hebben een soort plantenspuitje bij zich om de handen stroever te maken. Vaak eentje met bloemetjes erop. Daar zeulen ze de hele dag mee rond. Alles om maar niet in de eigen handen te hoeven rochelen.
Arme meisjes. Ze weten niet wat ze missen.
Startpagina