Alberto Contador is met z’n tweeën
Ik weet ineens hoe hij het doet. Geen wondergenen. Geen doping. Zelfs geen motortje. Het is zo simpel. Dit is het geheim van Alberto Contador. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Het kwartje viel toen ik gisteren bovenop de Tourmalet naar een groot scherm stond te kijken. Daarop Alberto Contador en Andy Schleck. Links naast me stond een man met een geel petje en een groene reuzenhand. Rechts naast me stond Alberto Contador.
Alberto keek naar zichzelf op het scherm. Eerst dacht ik dat ik droomde. Of dat het de mist was. Of de hoogte. Maar toen ik mezelf in mijn ogen had gewreven en in mijn vel had geknepen, besefte ik dat het echt waar was: Alberto was op twee plaatsen tegelijk.
De Alberto die naast me stond, had een kaartje om zijn nek hangen. Daarop stond Fran Contador. Zijn enige vermomming bestond uit een rood regenjack, een spijkerbroek en een bril – zo’n Gucci-armani-dolce&gabbana-achtig ding. Zo’n kijk-mij-eens-stijl-hebben-bril.
Slechte vermomming
Ik vond het een slechte vermomming. Het deed me denken aan Superman, die met een pak aan en een bril op ineens Clark Kent moet voorstellen. Maar zoals iedereen gelooft dat Clark Kent een journalist bij het plaatselijke sufferdje is, zo gelooft ook de hele wereld dat Fran Contador de broer van Alberto Contador is. En dat hij niet meer is dan zijn manager.
Ik niet. Ik weet sinds gisteren hoe Alberto Contador vorig jaar én de beste klimmer van de Tour was, én de beste tijdrijder. Hij is met z’n tweeën. Trek ‘Fran’ die bril van zijn hoofd en de gelijkenis is schrikbarend. Dat moet een goede dokter zijn geweest.
Lijkbleek
Ik heb de renners op de top van de Tourmalet van hun fiets zien stappen. Hoopjes mens waren het, meer niet. Robert Gesink was lijkbleek, Jurgen Vandenbroecks gezicht was groen met paars, Samuel Sanchez kon niet meer op zijn benen staan.
Thor Hushovd hoestte zijn longen binnenstebuiten (en rochelde een stuk snot zo groot als een sjoelsteen op de linkerpump van de rondemiss van de groene trui). Lance Armstrong was een bejaarde man met groeven dieper dan de Grand Canyon in zijn gezicht.
De Brit David Millar zag eruit alsof hij schipbreuk had geleden, drie maanden op een onbewoond eiland in leven bleef dankzij snotkrabbetjes en zijn eigen urine, en daarna honderd kilometer naar het vasteland had gepeddeld met een bananenblad. Hij stonk een uur in de wind.
Contador
En Alberto Contador? Die verdween direct na de finish in een tentje. Even later kwam Alberto uit zijn tentje – stralende glimlach, witter dan witte tanden, knipogend en zwaaiend naar iedereen. Ik zweer het: hij stonk niet eens. Niet naar zweet, niet naar ammoniak, niet naar modder. Ik hoef natuurlijk niet te vertellen dat de Alberto Met Bril ineens verdwenen was.
Zaterdag wordt de Tour beslist in de tijdrit. Alberto zet ongetwijfeld de Alberto in die het hele jaar alleen op de tijdritten heeft getraind; Klim-Alberto heeft zijn werk gedaan. (Nu ik het zo opschrijf sluit ik zelfs niet uit dat er ook nog een Sprint-Alberto, een Kassei-Alberto en een Waaier-Alberto bestaan.)
Andy Schleck stamelde bovenop de Tourmalet dat hij de Tour nog kan winnen. Ik ben het met hem eens. Er is nog een ieniemienie-piepklein-kansje.
Is er iemand die Fabian Cancellara kan verbouwen?
Startpagina