De Keizer moet ook poepen
Oude schaatsvedetten peuteren ook in hun neus. Ze boeren, ze ruiken naar zweet en ze draaien bolussen op de wc. Helaas. Door Thijs Zonneveld
Foto: AFP
Ik dacht dat de Japanse sprinter Hiroyasu Shimizu na zijn laatste race was opgelost in Het Grote Niets. Nog één keer als menselijke kanonskogel over de baan en daarna mysterieus verdwenen. Geen afscheid, geen briefje aan zijn geliefden. Gewoon foetsie.
Tientallen jaren zouden er geruchten rondzingen dat hij gezien zou zijn bij een berghut op Mount Fuji of een verlaten eiland in de Stille Oceaan, maar iedere expeditie om De Keizer van de Sprint op te sporen zou op niets uitlopen. We zouden hem herinneren als de flits die hij ooit was.
Maar Hirayosu Shimizu is niet verdwenen. De Keizer was van de week in de Olympic Oval van Richmond. Hij zat in een hoekje van het mediacafé en verveelde zich stierlijk. Hij hanneste wat met zijn telefoon, gaapte zich een kaakverrekking en at binnen tien minuten twee doosjes tic tac leeg omdat hij niets anders te doen had. Hij droeg schoenen met plateauzolen en zilveren gespen en een jasje met Go Canada-speldjes erop. Niemand herkende hem.
Geen emoties
Ik was fan van Shimizu. Boven mijn bed hing een grijze poster met een zwarte veeg: Shimizu over een ijsbaan. Hij zei nooit iets, hij toonde geen emoties. Hij kogelde een rondje over het ijs en hulde zich in een wolk van onnavolgbaarheid. Nooit schoof hij het gordijn van zijn ziel opzij. Het enige wat we van hem zagen was pure perfectie: die flits over het ijs. Hij was Shimizu. Hij was De Keizer.
Shimizu is niet de enige oude kampioen die hier rondloopt. Sterker nog: ze zijn met veel te veel. Oude helden zijn hier net zo schaars als Danny Buijs in de zilveren zakjes die u bij uw boodschappen krijgt. En het ergste is dat ze dingen doen die normale mensen ook doen.
Eric Heiden peutert in zijn neus, Johan Olav Koss liet een boer waar een bouwvakker zijn pet voor zou afnemen, Dan Jansen stinkt naar zweet en Yvonne van Gennip speelt een Jeugdjournaalpresentatrice bij de internet-tv van een wakkere krant.
Sportbroekje
Schaatsvedetten zijn blijkbaar slechte stoppers. Op het moment dat ze van het ijs stappen, klunen ze een paar meter naast de baan verder. Ze worden coach, commentator, presentator of tictacwegtikker. Ze laten de hele wereld delen in hun alledaagse beslommeringen. Dat Erben Wennemars iedere vijf minuten twittert wat hij uitvreet is nog tot daar aan toe. Maar Gianni Romme die vertelt wat hij met zijn handdoekje en zijn sportbroekje in de fitnessruimte gaat doen of Adne Søndral die tussen neus en lippen door meldt dat hij Kleintje Pils ‘wel gezellig’ vindt: dat gaat te ver. Ik wil het niet weten.
Gisteren stond ik in een dweilpauze (die kunnen hier lang duren) te wachten in de rij voor de wc. Die rij stond stil omdat het toilet bezet was en bleef. Onder de deur door was de broek op de enkels van de toiletbezoeker te zien. Het duurde en duurde. Ik moest heel nodig.
Terwijl ik van de ene voet op de andere balanceerde, dreef er een allesoverheersende stank boven het wc-hokje uit. Het was niet te harden. Na een eeuwigheid in de stank werd er eindelijk doorgetrokken. De man in het hokje trok zijn broek op. Ik herkende de schoenen onmiddellijk. Plateauzolen met zilveren gespen. Ik ben meteen omgedraaid en weggerend.
De Canadese held Jeremy Wotherspoon stopt er ook mee. Ik wens hem een onvindbare iglo op een ijsschot in Alaska toe.
Startpagina