God was here
De kermisronde van Retie was al lang en breed gedaan. VDB was al naar huis. Op het asfalt een laatste ode van zijn aanbidders. Drie woorden: God was here. Door Thijs Zonneveld
Foto: ANP
Frank Vandenbroucke heeft zijn hele leven al VDB geheten. Maar er was een tijd dat hij nog een ander etiket op zijn voorhoofd had: GOD. Of dat nu zijn naam of zijn bijnaam was, daar waren de meningen over verdeeld. Zelf was ik aanvankelijk nogal sceptisch.
Maar toen ik hem eens tegen een Spaanse kasseienklim op zag vliegen met een versnelling waarmee de benen van een normaal mens zouden breken, vond ik dat VDB in ieder geval dichter in de buurt van God kwam dan ieder ander. Die gouden haren, die gouden speldjes in zijn rugnummers: er leek een aura om hem heen te hangen. Hij straalde. Als hij God niet was, wie dan wel?
Dopinghandel
Een paar jaar later was er van zijn goddelijke aura al niet veel meer over. VDB drogeerde zijn hond, werd aangeklaagd voor dopinghandel en probeerde tevergeefs vermomd als Tom Boonen een Italiaanse tocht voor fietstoeristen te winnen. Hij sloeg zijn vrouw, werd opgenomen in gestichten en was verslaafd aan coke, doping, slaappillen en weet ik wat allemaal nog meer.
Langzaam maar zeker sloopte hij zichzelf, als een zelfmoord in tienduizend delen. Twee keer probeerde hij de moord op zichzelf te versnellen. Beide keren mislukte zijn poging.
Voor mij was het beeld van dat onoverwinnelijke opperwezen dat op een wolk van doping, verliefdheid en klasse tegen een Spaanse heuvel opvloog allang vervlogen. Ik zag alleen maar een junk met psychotische neigingen, geen God. Toen hij een paar jaar geleden een biografie uitbracht met de titel ‘Ik ben God niet’, leek ook het laatste restje twijfel verdwenen.
Comeback
Vreemd genoeg bleven zijn aanbidders in hem geloven. Bij iedere comeback kalkten ze ‘God = back’ op het asfalt. Tijdens zijn eerste wederopstandingen konden ze die tekst op La Redoute of aan de voet van de Muur van Geraardsbergen opschrijven, de laatste jaren werd de plaats van de ode aan VDB steeds een stukje minder prestigieus.
De laatste asfaltpsalm werd in een grauwe buitenwijk in Retie op het beton gespoten ter ere van VDB’s deelname aan de plaatselijke kermisronde. Drie woorden: God was here. Een ode in de verleden tijd: alsof de schrijvers ervan wisten wat er een paar weken later zou gebeuren.
Vlak na de kermisronde van Retie kreeg ik een artikel uit een Belgische krant onder ogen – VDB was over de kop geslagen met een auto. Alweer. Ik kreeg medelijden met hem. Maar toen ik de lijst van incidenten van de afgelopen jaren in een kadertje naast het artikel doornam, begon er toch iets te kriebelen. Er bestaat een woord voor iemand die twee zelfmoordpogingen, een handvol dodelijke verslavingen, een batterij ernstige auto-ongelukken en een doodsmak uit de hemel overleeft: onkwetsbaar.
Cowboylaarzen
Bijna drie weken geleden zag ik hem bij het WK Wielrennen in het Zwitserse Mendrisio, waar hij aanwezig was als columnist voor een Belgische krant. Hij straalde. Al was het maar vanwege zijn paarse suède jasje, zijn lila overhemd en zijn lila cowboylaarzen. Vlak voor de aankomst van Cadel Evans liep hij weids gebarend richting eindstreep. Iemand anders droeg zijn tas.
Na het WK vertrok hij naar Senegal, waar hij aan alle twijfel over zijn onkwetsbaarheid en onoverwinnelijkheid een einde maakte. En toch heb ik spijt dat ik die drie woorden uit Retie niet op het asfalt in Mendrisio heb gekalkt.
Startpagina