Back to the Future Pippo
Niemand kan zo mooi juichen als Pippo Inzaghi. Wapperend met de armen sprint hij het veld over, een waas van vreugde voor zijn ogen. Verbazing druipt van zijn gezicht. Goede acteur, die Pippo. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Even een paar statistieken. 308 Goals. Handenvol doelpunten in de Serie A, in de Champions League, voor de nationale ploeg.
Op zijn palmares landskampioenschappen, Italiaanse bekers en supercups, twee cups met grote oren, de wereldbeker en het wereldkampioenschap met Italië. Ik zou zeggen: niet slecht voor iemand die nog geen tien keer kan hooghouden.
Dat laatste is geen grap. Hij kan het echt niet. Nou ja, meestal niet. Heel af en toe, als er geen zuchtje wind staat, zijn haar goed zit en niemand kijkt, luistert de bal wel eens naar hem. Zijn record schijnt ergens rond de dertig te liggen.
Ei
Ter vergelijking: zijn ploeggenoot Ronaldinho houdt zonder problemen dertig miljoen keer een ei hoog met zijn linkerknie. En als het Pasen is, schildert hij er al jonglerend ook nog een konijntje op.
Op de training is Pippo het grootste deel van de tijd een buitenbeentje. Niemand die hem kiest als er partijen worden gevormd voor een positiespelletje. Niet gek natuurlijk: iedere bal op Pippo is verloren. Als het ding niet van zijn voet springt, struikelt hij er over.
Rondo
Met rondootjes doet hij niet mee. Uit principe. Hij zou negentig procent van de tijd in het midden staan en om de haverklap door de benen gespeeld worden. Als zijn ploeggenoten rondo’s spelen, staat Pippo in zijn uppie een bal tegen het doelnet te rossen van twee meter afstand.
Als een boos klein ventje dat mokkend wacht op het moment dat zijn vriendjes een spel gaan spelen dat hij wel beheerst. Soms gaat hij gewoon naar huis. Zit hij in al in zijn auto als de rest van de spelers nog voetvolley speelt of kroonkurken van de lat trapt. Mooi ding wel, die auto van hem. Futuristisch speelgoed.
Ik heb ooit een hele wedstrijd naar Pippo zitten kijken. Hij doet niets. Hij sjokt wat heen en weer, strikt zijn veters een keer of dertig, geeuwt de tijd weg. Zijn ploeggenoten betrekken hem nauwelijks in de opbouw, ook al omdat hij meestal buitenspel loopt.
Viaviaklutskluts
Na tachtig minuten begin je je af te vragen waarom hij in godsnaam op het veld staat. Tot die ene bal. Dat ene schot dat viaviaklutskluts voor zijn voeten belandt. Pippo zet zijn voet ertegen. Een tikje, meer niet. Maar het is wel raak. Wapperende armen, sprint over het veld.
Eén keer is toeval. Twee keer ook. Maar 308 keer: dat heeft met toeval niets te maken. Maar met wat dan wel?
Van de week viel ik al zappend middenin een nagesynchroniseerde versie van Back to the Future III. Minuut of tien zitten kijken, daarna had ik de trucjes en de tijdmachine-auto van Marty wel gezien.
Blabla in de toekomst, terug naar het verleden, iets veranderen, blabla in de toekomst wordt bloebloe in de toekomst.
Back to the Future
Gaap. Diezelfde avond zag ik Inzaghi als spits van Milan twee keer scoren tegen Marseille. Twee intikkers uiteraard. Twee keer stond hij op de juiste plek. Ik dacht: het lijkt wel alsof hij van tevoren weet waar die bal gaat komen. En toen viel het kwartje. Back to the Future.
Hij weet het. Pippo is Marty. Pippo zit in de toekomst avonden te kijken naar voetbalwedstrijden, noteert waar de bal komt, stapt dan in zijn rijdende teletijdmachine en tikt in het verleden een paar klutsballen tegen het net. En dan maar juichen alsof het een totale verrassing is. Acteur.
Huntelaar
Pippo kreeg tegen Marseille een applauswissel van zijn trainer. Hij werd vervangen door Huntelaar – een spits die kan voetballen, meedoet met rondootjes en niet als laatste wordt gekozen met positiespelletjes. Maar hoeveel keer Huntelaar ook kan hooghouden; hij kan alleen maar dromen van de prijzenkast van Pippo.
Misschien moet Klaas-Jan eens een keer instappen bij Pippo.
Startpagina