Alles is voor Kenny

De Tour is een circus, zeggen ze. Zoveel attracties, zoveel acts. Beesten, acrobaten, jongleurs. Maar de grote ster is de clown. Door Thijs Zonneveld.

Het circus is in de stad. Er is een stokoude Amerikaanse leeuw, er is een Spaanse dompteur met pistooltjes.

Een Noorse olifant fietst in het groen, de bolletjes worden gedragen door een Italiaan met krulletjes die de Dolfijn van Bibbione heet.

Een leger spreekstalmeesters tettert door de radio’s vanuit hun ploegleiderswagens.

Kenny

Maar de show wordt gestolen door Kenny de Clown. Bij iedere vluchtheuvel en elk viaduct vertoont hij zijn kunsten. Hij lost terwijl de rest van het peloton nog met de handjes op het stuur zit te ouwehoeren.

Doet hij zodat hij de hele dag in zijn uppie door het publiek kan worden toegejuicht. Aan de finish wacht een leger journalisten. Allemaal voor hem. Hij weigert de spotlights te delen. Alles is voor Kenny.

Hilarisch

Hij heeft de lach aan zijn kont hangen. Het publiek krijgt geen genoeg van hem. Zie hem harken met het snot voor zijn ogen. Hahaha! Kijk hoe hij doet alsof hij voor geen meter kan klimmen. Hilarisch!

Luister dan naar die teksten die hij na de finish uit zijn mouw schudt. Kostelijk! En die fluimen die hij op de grond spuugt – het lijkt wel of er bloed in zit. Bravo!

Huilen

Eerst dacht ik dat het alleen Nederlanders waren, die om Kenny de Clown moesten lachen. Omdat de prestaties van zijn landgenoten eerder om te huilen zijn.

Alles loopt mis. De oranje acrobaten slaan zo vaak tegen het asfalt dat het publiek met kromme tenen naar hun act kijkt, de jongleurs kunnen nog geen bal in de lucht houden en de Russische dompteur in Nederlandse dienst werd met huid en haar verorberd.

Dan maar Kenny de Clown. Hoefden we tenminste niet naar de rest van Circus Holland te kijken.

Hup Kenny’s

Maar tot mijn verbazing zijn het allang niet alleen maar Nederlanders die zijn naam op de weg kalken of urenlang op hem wachten aan de eindstreep. De Hup Kenny’s op het wegdek leggen het inmiddels af tegen de Allez Kenny’s en de Go Kenny’s.

En de Nederlandse journalisten hebben ondertussen gezelschap gekregen van een zwerm buitenlandse persmuskieten. Iedereen wil Kenny de Clown spreken.

L’Équipe, de Gazetta dello Sport, The New York Times. Cameraploegen uit honderd-en-één landen vechten om zijn quotes. Hordes deskundigen worden losgelaten op de kwestie ‘Is Kenny de Clown de slechtste klimmer uit de historie van de Tour?’ (Antwoord in L’Équipe: ja).

Secundair belang

Dat er in de Tour ook nog wordt gestreden voor een paar truien, etappezeges en podiumplaatsen: het zal wel. Is van secundair belang. Tel de regels in de kranten, tel het aantal aanmoedigingen op het asfalt. Zelfs nu hij al naar huis is, heerst hij als een grootvorst.

Hij is overal. Er is maar één conclusie mogelijk: Kenny de Clown is de enige echte ster. De Tour is geen circus. Het is een onemanshow.

Tip de redactie