Stil aan de overkant
Toet. Toet. Tooooooooooooooooeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeet. Negentig minuten lang. Hoog tijd voor actie van de grote baas. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Ik beken. Ik ben ooit eens naar een vriendschappelijke wedstrijd van het Nederlands Elftal geweest.
Wie de tegenstander was: al sla je me dood. Ik heb alleen maar met kromme tenen naar de dagjesmensen om mee heen gekeken.
Huisvrouwen met oranje klompen op hun hoofd. Zakenmannen met wortels in hun neus. Een indiaan met een trommel. Een stomdronken generaal die om de dertig seconden 'Aanvalluh!' riep.
Dweilorkest
De rest van het stadion zong mee met het Oud-Hollands dweilorkest. Het was een vreselijke avond. De tonen van 'Het is stil aan de overkant' weergalmden nog maanden in mijn oren.
Deze week weergalmt er iets anders in mijn oren. Zuid-Afrikaanse toeters. De voetbalwedstrijden bij de Confederations Cup - een soort vriendschappelijk toernooitje dat vreemd genoeg over de hele wereld wordt uitgezonden - worden stuk voor stuk begeleid door tien miljoen toeters.
Zuid-Afrika klinkt verdacht veel als Oekraïne.
Geen tempowisselingen
Johannesburg is Kiev. Zuid-Afrika tegen Nieuw-Zeeland als een doorsnee Champions League-wedstrijd van Dinamo Kiev. Negentig minuten lang tooooooooeeeeeeeeeeeeeeet. Geen onderbrekingen, geen tempowisselingen, geen toeterexplosies bij goals of plotselinge stiltes bij een tegentreffer - alleen die machinale, langgerekte toooooooooeeeeet.
Zodra de camera's inzoomen op het publiek, zie ik dik ingepakte Oekraïners met bloeddoorlopen wodkaogen of Zuid-Afrikanen met gouden tanden op de tribune zitten. En allemaal met een toeter.
Vuvuzela's, autoclaxons, groene snorkels, trompetten, didgeridoo's, lullige feesttoeters met zo'n olijk slurfje. En een hoop drankkegels en joints. Al zijn dat toeters waar geen geluid uit te krijgen is.
Schudden
Dat getoeter werkt op mijn zenuwen. Iedere dag iets meer. Na de eerste wedstrijd hoefde ik maar een paar keer met mijn hoofd te schudden om het kwijt te raken.
Nu, na een wedstrijd of tien, lukt dat niet meer. Langzaam maar zeker sluipt het mijn brein in. Het kruipt naar binnen door mijn oren, wurmt zich onder mijn schedeldak, jengelt in mijn hersenen en zeurt achter mijn ogen.
En het blijft. Of ik de tv nu aan of uit zet: ik hoor die toeters. Niet meer negentig minuten lang, maar de volle vierentwintig uur per dag. Gisteren betrapte ik mezelf erop dat ik met mijn hoofd tegen de muur sloeg in een wanhopige poging die toeter weg te bonken. Ik kan er niet meer tegen.
Blatter
Ik ben niet de enige. De Spaanse spelers hebben er al over geklaagd, de buitenlandse omroepen en de Europese tv-kijkers ook. FIFA-baas Sepp Blatter heeft aangekondigd dat hij de organisatie erop aan gaat spreken met het oog op het WK van volgend jaar. Hij gaat die toeters dus gewoon verbieden.
Weg met die lokale gebruiken. Weg met respect voor tradities. WK in Zuid-Afrika? Allemaal leuk en aardig, maar dan moeten ze wel gewoon doen alsof het West-Europa is. Net als vroeger, toen Afrika nog van Baas Blatter en zijn koloniale vrinden was.
Enge man, die Baas B. Maar stiekem ben ik voor één keer zielsblij met hem. Goeie ouwe koloniaal die hij is. Domineer en heers omdat het anders tv-kijkers (lees: geld) kost. Weg met dat irritante getetter. Hup voor de stilte! Hup Baas Blatter!
En zodra hij klaar is met de toeters, kan hij meteen door naar de Oud-Hollandse dweilorkesten. Net zolang tot het stil is aan alle overkanten.
Startpagina