Chophead Theo
Chophead. Het betekent zoiets als malloot. Idioot. Lijpo. Halvegare. Imbeciel. Sinds kort gaat Theo Bos als chophead door het leven. De reden: hij smeet een concurrent de hekken in tijdens de eindsprint van de laatste etappe van de Ronde van Turkije. Door Thijs Zonneveld.
Foto: ANP
Het filmpje van de laatste kilometer is inmiddels de hele wereld over gegaan. Je ziet het gebeuren, links onder. Bos rijdt het beeld in, haalt zijn hand van het stuur, plukt geletruidrager Impey van zijn fiets alsof het een strooien pop is, en jonast hem het ijzer in. Massale valpartij, Impey wordt afgevoerd naar het ziekenhuis met twee gebroken ruggenwervels.
Waar ook ter wereld: mensen verketteren Theo Bos. Op internetsites, in kranten, op tv. Bos heeft zichzelf in één klap gebombardeerd tot paria.
Grote Baas Lance Amstrong piept via Twitter dat Bos zielig is en een levenslange schorsing verdient. Robbie McEwen pleit voor een schorsing plus excuses. Ploeggenoten van Daryl Impey willen hem te lijf gaan. En Impey zelf? Die noemt Bos vanuit zijn Turkse ziekenhuisbed een chophead.
Hekken
De beelden spreken voor zich. Líjkt het. Want wie ze meer dan één keer bekijkt, die ziet dat Bos de geletruidrager helemaal niet de hekken in gooit. Hij strekt zijn arm om Impey af te houden omdat hij zelf de hekken in dreigt te worden geduwd. Impey wijkt toch naar links, Bos rijdt met zijn stuur of wiel de dranghekken in en neemt Impey mee in zijn val. Punt uit.
Iedereen die zelf wel eens in een massasprint heeft gezeten, ziet wat er werkelijk gebeurt. En trouwens: geen mens is zo sterk dat hij een volwassen vent met één arm van zijn fiets plukt en in één beweging meters weg werpt. Ook Theo Bos niet.
Ook Armstrong en McEwen lijken het bij nadere bestudering van de beelden te hebben ingezien. Ze krabbelen een piepklein beetje terug. Maar ook zonder die twee nagels blijft Bos aan de schandpaal hangen.
Aantijgingen
Van de week had ik Theo aan de telefoon. Hij was kapot. Niet van de fysieke verwondingen, maar van de aanslagen op zijn mentale gestel. Al die aantijgingen, die verwijten, die wijzende vingers: hij trok het niet. ‘Ik smijt toch niet iemand expres de hekken in? Vlak voor mijn eigen wiel nog wel? Ik ben toch niet gek? Toch?’
Theo Bos is niet gek. Helaas niet. Dat zou mooi meegenomen zijn. Topsprinters zijn namelijk gek. En als ze dat niet zijn, dan zorgen wel ze dat ze zo bekend staan.
In de razernij van een op hol geslagen peloton is er geen plek voor weldenkende mensen. Sprinten is geen sport. Dat is oorlog. Het regent kopstoten, ellebogen en bodychecks. Wie remt, die is verloren. Die is niet geschikt om sprinter te worden.
Als twee renners vechten om één plek, dan wint degene met de meeste lef, bluf en idioterie in zijn brein. Of degene met de slechtste reputatie. Image is everything. Je concurrenten moeten doodsbang voor je zijn.
Little Bad Motherfucker
Robbie McEwen staat bekend om zijn kopstoten, Rabo-sprinter Graeme Brown is gevreesd en gehaat vanwege zijn maniakale inhaalmanoeuvres, de Britse raket Mark Cavendish heet in het peloton Little Bad Motherfucker. En ik heb de Siciliaanse testosteronbom Danilo Napolitano wel eens in volle sprint het stuur onder een concurrent zien wegtrappen.
Theo Bos heeft alles om te slagen als sprinter. Hij is snel, hij is slim, hij heeft ballen. Het enige dat hem nog ontbreekt, is een reputatie. En liefst een hele slechte.
Die ippon op Impey is het beste dat hem kon overkomen. Niks per ongeluk. Niks excuses. Lippen op elkaar. Laat ze maar bang voor hem zijn. Laat ze maar in de remmen knijpen.
Chophead Theo. Schitterende bijnaam.
Startpagina