Allee Volderke
De oude man naast me bestelde nog een Duvel. Hij was niet de enige. Het café puilde uit. De vrouw met de helblonde haren achter de bar had het zo druk dat het zweet in haar imposante decolleté stond. Door Thijs Zonneveld.
Foto: Novum
Een paar minuten later stond de Duvel voor zijn neus. De oude man nam een slok, sloot de ogen en balde zijn vuist naar de kleine tv achter in de zaak.
'Allee Volderke!' mompelde hij. Hij had tranen in zijn ogen. In beeld reed Stijn Devolder in zijn Belgische kampioenstrui, alleen voorop in de Ronde van Vlaanderen.
Hoekig
Volderke. De Vlaamste renner aller Vlaamse renners. Gezegend met een hoekige stijl, een hoekige kin en een hoekig accent. Kom bij Volderke niet aan met kinky brillen en flashy overschoentjes. Allemaal onzin. Daar gaat Volderke geen meter harder door trappen. Hij kickt op kasseien.
Op smerige stukken Vlaams vals plat. Op smalle strontsporen of grote wegen bedekt met betonplaten, waar je je wielen en je benen op kapot rijdt. Wind tegen? Graag. Regen? Heerlijk. Hagel of sneeuw is trouwens ook goed. Volderke krijgt er goesting van.
Dopingcontrole
Ik heb ooit met hem bij de dopingcontrole gezeten na een Vlaamse kasseienkoers waarin ik witte en zwarte sneeuw zag. Het was beestenweer. Renners werden onderkoeld afgevoerd naar het ziekenhuis. Volderke had nergens last van. Hij vroeg de dopingcontroleur of hij niet een beetje op kon schieten. Hij ging nog honderd kilometer bijtrainen en wilde voor het donker thuis zijn.
Volderke heeft lang niet zoveel supporters als Tom Boonen. Boonen is een sekssymbool. Die moet iedere ochtend de slipjes uit zijn brievenbus vissen. Bij Volderke geen giechelende pubermeisjes voor de deur, geen soppende huisvrouwen die proberen een glimp van hem op te vangen als hij in zijn boxer zit te ontbijten.
Liefhebbers
De fans van Volderke zijn liefhebbers. Oude mannetjes met verwassen koerspetjes op het hoofd, die een vaste plek in het café om de hoek hebben: voor de tv. Ze missen geen minuut koers. Duvel voor de neus, de onderkant van het kunstgebit zwervend door de mond, de ogen strak gericht op de beeldbuis. Ze verlaten hun versleten barkruk alleen om de Duvels uit de blaas te legen.
Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar de oude man naast me. Het leek alsof hij was weggelopen uit een Polygoonjournaal. Bruin vest, dezelfde kleur broek met een ondefinieerbaar ruitje erin. Aan zijn voeten verschoten pantoffels.
Wrat
Op zijn neus groeide een wrat met twee zwarte haren eruit. Uit zijn grote oudemannenoren nog veel meer zwart haar. Telkens mompelde hij dezelfde twee woorden. Allee Volderke. Allee Volderke. Allee Volderke. Als een mantra. Als een gebed.
Volderke keek niet op of om. Wie er ook achter hem aan reed: hij stampte door alsof het de duivel zelf was. Twee Rabocoureurs strandden op een zucht van zijn achterwiel - Volderke zag het niet eens.
Toen Volderke onder de boog van de laatste kilometer door reed, hoorde ik de oude man naast me zachtjes snikken. Bij het overschrijden van de streep hieven Volderke en de oude man tegelijkertijd hun handen ten hemel.
Ok dan
De oude man scheurde zijn blik los van de buis. Hij keek me recht aan. 'Ik kan in vrede sterven,' zei hij. Hij meende het. Ik wist niet wat ik terug moest zeggen. Ik geloof dat ik iets van 'Ok dan' heb geantwoord en daarna het café ben uitgevlucht.
Overmorgen staat Volderke weer aan de start van de Ronde. Ongetwijfeld zitten er weer hordes oude mannetjes met Duvels en loszittende kunstgebitten voor tv's door heel Vlaanderen. Hoeveel het er precies zijn - ik weet het niet. Honderden? Duizenden? Tienduizenden? Slechts één ding is zeker: het is er eentje minder dan vorig jaar.
Startpagina