Een beetje verliefd

Tik Suzanne Harmes in op Google en je wordt meteen doorverwezen naar allerlei mokkelsites. Talloze plaatjes staan er van haar op het internet. En op ieder kiekje straalt ze. Suzanne. Ach. Suzanne. Een beetje verliefd op je zijn we allemaal. Door Thijs Zonneveld.

Turnen hangt aan elkaar van neplachjes. Van die gespeelde, geforceerde grimassen die de jury moeten overhalen een paar tienden van een punt meer te geven.

Kleine, schriele meisjes lachen na een oefening hun nepste lach omdat dat zo schijnt te horen. Omdat de trainer het zegt. Of omdat papa en mama dat schreeuwen vanaf de tribune.

Soms schiet de kramp er acuut in als ze proberen een grijns te trekken na een driedubbele salto achterstevorenondersteboven.

Maar niet bij Suzanne.

Ik smelt iedere keer. Van turnen heb ik weinig verstand, maar die hele oefening maakt toch niets meer uit als je zo kunt lachen? Charmant, elegant, echt. Een tikje ondeugend, een beetje naïef, een vleugje vamp.

De mondhoeken zacht omhoog gekruld, een mysterieuze glinstering in haar Bambi-ogen. Soms lacht ze een stukje van haar tanden bloot, soms ook niet. Maar altijd betovert ze. Pure poëzie in een paar lippen. Hele volksstammen verdrinken in haar lach.

Peking

In Peking, waar Suzanne de Nederlandse eer hooghield, vroeg een Amerikaan me tijdens een wedstrijd wie toch dat meisje met die mooie lach was, dat ergens in de marge eindigde. 'That's our Suzanne', meldde ik trots.

De Amerikaan zuchtte diep. 'Lucky bastards, you Dutchmen.' Hij staarde met een gezicht als een oorwurm naar de Amerikaanse schrielkippen even verderop, die grimassend de ene na de andere medaille binnenhaalden.

Stoppen

Maar het geluk is over. Deze week werden we overvallen door het slechte nieuws: Suzanne denkt aan stoppen. Ze is niet geselecteerd voor het Europees Kampioenschap door de turnbond (of het nu terecht of onterecht is: schande!).

Ze ziet haar financiële toelage in rook opgaan en haar motivatie tussen haar vingers doorglijden als woestijnzand. En het turnwereldje staat haar tegen. Die schreeuwende ouders, die veeleisende trainers, de hele dag in zo'n muffe gymzaal: het houdt een keer op.

Trainingsdier

Ze was al niet zo'n trainingsdier. Dertig uur trainen, veertig uur trainen, vijftig uur trainen - niks voor Suzanne. Twintig was wel genoeg. Er was ook nog iets anders in het leven dan balanceren op een evenwichtsbalk of rondjes draaien aan een rek.

Jarenlang deed ze het op haar eigen manier. Werd zwanger, kreeg een zoontje, werd afgeschreven, kwam weer terug. Het is mooi geweest - nog even en haar carrière is over, zien we haar nooit meer lachen na een wel of niet geslaagde turnoefening.

Of ze alles uit haar carrière heeft gehaald: geen idee. Of ze goed was: geen idee. Misschien had ze wel veel beter kunnen worden als ze zo'n neplachend trainingsmonstertje was geworden. Misschien ook niet.

Het maakt niet uit. Haar lach zullen we herinneren. Koesteren om later nog eens diep zuchtend aan terug te denken.

Suzanne. Ach. Suzanne. Een beetje verliefd waren we allemaal.