BN-er, dat wil je niet zijn
Zo zat ik laatst met een vriend van mij te eten in een belangrijk hoofdstedelijk restaurant. Aan de tafel naast ons zaten twee stellen van ergens in de vijftig. Ze hadden geld, dat zag je, maar geen oud geld. Door Marcel Langedijk
Foto: Pien Buseman
Ze hadden het zelf verdiend. Met leningen of douchegordijnringen, daar twijfelde ik over. De vrouwen waren smaakvol opgetuigd en keurig geconserveerd middels wat weinig subtiele ingrepen door een Schoemacher-achtige dokter. Ze praatten op zachte toon met elkaar, die dames. De mannen - een kleine dikke kale en een grote bolle met grijze krullen - praatten ook. Hard. Hun kleding leek te zijn samengesteld uit de desastreuze gevolgen van een ongeluk tussen een C&A-vrachtwagen en een Versace-truck.
Tijdens het praten en eten en drinken - vooral drinken - keken ze om de vijf minuten naar mijn vriend. Eerst voorzichtig, bijna onopvallend. Het viel mij wel op, maar ik ben dan ook heel scherp en alert. Dat zal te maken hebben met mijn harde jeugd in een kinderrijk dorp. Hoe dan ook: het voorzichtig kijken, werd staren. Waarbij de monden van de heren af en toe open bleven hangen, ons daarmee een stuitende blik op hun nog half gevulde muilen met op de huid gebakken zeebanket van hoge kwaliteit gunnende.
De vriend negeerde het professioneel. Hij is gewend aan starende mensen. Hij is namelijk presentator van diverse televisieprogramma's. En daarmee Bekende Nederlander. Ook wel: loslopend wild. Hij verdient er evenzogoed een shitload aan euro’s mee, dus hij neemt het op de koop toe.
De avond vorderde, de gerechten bleven komen, de wijn ook. De tafel naast ons werd luidruchtiger. De grote man wachtte zijn moment af, dat zag je. Zijn vrouw keek hem scherp aan. Je hoorde haar denken: 'Niet doen Joop. Niet weer.' Ik meende wanhoop in haar ogen te zien. Vermengd met een flart schaamte. Joop bleef drinken. Joop bleef kijken. Joop stond op. Joop ging voor onze tafel staan.
Hij wees naar mijn vriend. ‘Ik ken jou.’ Hij sprak hard, verwijtend. Je zou er bang van kunnen worden. ‘Jij doet iets. Jij doet iets voor de televisie.’ Mijn vriend beaamde dit. ‘Je meeste programma’s zijn kut, maar dat je ergens aanbelt, en dat je daar dan bier drinkt, dat is een goed programma.’ Mijn vriend bedankte Joop voor dit compliment. ‘Ik doe zelf wat in belleginkjes,’ ging Joop verder. ‘Verdient verdomd goed hoor. Jij verdient zeker ook wel lekker?’ Mwah, zei mijn vriend, hij mocht niet klagen. ‘Nou, leuk.’ Joop ging weer aan tafel zitten. Zijn vrouw was rood geworden. Joop ook. Zij van de schaamte, Joop van de drank.
Ik wist dat ik geen Bekende Nederlander wilde worden.

Startpagina