Groeten uit Batoemi
BATOEMI - Een jongen tikt met zijn pen zenuwachtig op de asbak van het havencafé. Hij zit er al een halve dag en blijft maar naar z'n telefoon staren. Door Olaf Koens
Foto: Thinckstock
Ze is er nog niet. Ze is er nog steeds niet. Hij bladert door een zwart notitieboekje en tekent het gezicht dat hij iedere dag voor zich ziet. Steeds weer dezelfde gelaatstrekken, hetzelfde haar, dezelfde oogopslag.
Het kleine havencafé 'Groeten uit Batoemi' is een van de weinige plekken in de stad die aan de restauratiegolf is ontsnapt. Vroeger was Batoemi een smerig matrozenhol. Halfdronken sjouwers sloegen de smokkelwaar over, in de stad stonk het naar de roestige ruimen van Turkse vrachtschepen.
Maar sinds een paar jaar is Batoemi een vakantieoord. De straten zijn opgeknapt, overal er liggen fietspaden. De boulevard langs het kiezelstrand is geplaveid met beachclubs, de Radissons en Marriots wedijveren om de mooiste hotelkamers. Met succes. Na de Russen, de Europeanen en de Israëliërs ontdekken de Iraniërs nu Georgië.
De SUV's uit Teheran rijden in één dag de 1200 kilometer naar de Zwarte Zee. Aan de Armeense grens worden de hoofddoekjes voorzichtig afgedaan, op het kiezelstrand kijken de Iraniërs trots naar hun meisjes in bikini.
Als in een film
Dan komt ze binnenlopen. Het hele café herkent het jonge meisje aan de tekeningen die de jongen maakt. Ze bespringen elkaar, als in een film sneuvelt er een vaas. 'Het is een bijzonder stel', lacht een ober in een gestreept matrozenpak terwijl hij de scherven opveegt. "Ze komen hier al jaren. Hij is een Israëliër, zij Iraanse. Hier spreken ze stiekem af".
Wanneer het stel de rekening vraagt schuif ik aan. Ze hebben elkaar drie jaar eerder op dezelfde plek ontmoet. Alleen in Batoemi kunnen ze elkaar zien. 'Of we moeten samen emigreren, maar we weten niet waar. Batoemi is het enige wat we hebben', zegt hij. Hoe politieke spelletjes, geo-strategische overwegingen en bureaucratische maatregelen de liefde in de weg kunnen staan.
"Misschien moeten we hier maar gaan wonen", zucht zij. Ze lijkt sprekend op de tekeningen, weet ook de ober. De jongen laat het op zich inwerken. "Dan hebben we altijd vakantie", glimlacht de jongen. Je gunt het ze.
Door: NU.nl/Olaf Koens | Bekijk op de kaart
Startpagina