Steniging

We zijn doodziek in Nederland. Terminaal. Allemaal zwalken we kaal met een infuus aan ons arm over straat. Af en toe staan we stil en schreeuwen we wat. En dan heb ik het niet over de formatie. Door Nico Dijkshoorn

Ik zag dinsdagavond in een uitzending van Pauw en Witteman de student politicologie Izz Ad-Din Ruhulessin. In Iran dreigt binnenkort een vrouw gestenigd te worden. Over de hele wereld proberen mensen dat te voorkomen. Inmiddels is de executie voor even uitgesteld.

Ruhulessin legde uit waarom hij tegen deze protestactie was. Iedereen die protesteert bemoeit zich met een binnenlandse aangelegenheid van Iran. Al is het krankzinnig, zo is dat daar afgesproken. Vrouwen die vreemd gaan worden doodgegooid, mannen roken een pijpje en rekken zich nog eens uit.

Dat je vrouwen niet moet stenigen, dat begrijp ik. Vrouwen moet je liefhebben. Mannen ook trouwens. Niet de inhoud van Ruhulessin zijn verhaal fascineerde mij (jullie bemoeien je met iets waar je niets mee te maken hebt) maar de reacties aan tafel en in de daarop volgende dagen op Twitter. Al terwijl Ruhulessin uitlegde waarom hij er zo over dacht, werden door de andere gasten aan tafel de messen geslepen.

Het beeld klopte ook precies. Ik zag een tafel vol met Westers geklede mensen en in hun midden zat een in een iets te groot wit pak gestoken Ruhulessin, die voor de gelegenheid zijn mooiste zelfgebreide wollen pantykousje over het hoofd had getrokken. Hoofddeksels die mij overigens altijd aan zelfgebreide onderzettertjes voor het stoofvleespannetje doen denken. Maar dit terzijde.

Ruhulessin vertelde een duidelijk verhaal. Om welke daad het nu ging, om welk voornemen dan ook, hoe barbaars dan ook, dat maakte hem niet uit. Zijn bezwaar was dat het Westen zich bemoeide met een binnenlandse aangelegenheid van Iran. Een wat hermetisch standpunt, maar volgens mij goed te verdedigen.

Aan tafel stroomde de haat uit de oren. Femke Halsema beet tijdens het luisteren een stuk uit haar glas en een van de ondertekenaars van de petitie, Hafid Bouazza verborg, iedere keer als Ruhulessin aan het woord was, zijn hoofd in zijn handen. Hij kon het gewoon niet aan, zo een radicaal, religieus standpunt. Ruhulessin gaf, met een nogal duivelse glimlach op zijn lippen, de mensen aan tafel en de mensen thuis precies de Hele Enge Islamiet waar ze blijkbaar zo een behoefte aan hebben.

Het Kwaad heeft, voor in ieder geval een paar weken, weer een nieuw gezicht. Dat is fijn. Dat willen Nederlanders. Ze willen waar ze zo bang voor zijn uit kunnen tekenen. De angst is vaak te abstract. Het helpt enorm als we daar een gezicht bij zien. Ruhulessin heeft hele volksstammen op hun wenken bediend.

Pauw en Witteman waren dapper en gaven hem een podium, maar Ruhulessin werd tijdens de uitzending door alle gasten geridiculiseerd en vlak na de uitzending wemelde het op Twitter van de scheldpartijen.

Nederland is ziek. Ongeneeslijk. Al jaren wordt geschreeuwd dat het in dit land gaat om vrijheid van meningsuiting. Dat we ons niet laten beteugelen. Dat is waar Nederland voor staat. Wat je ook vindt, je mag het zeggen. Maar dan moet je wel ongeveer vinden wat wij in Nederland allemaal vinden. Ruhulessin deed bij Pauw en Witteman precies wat wij zo graag willen. Hij legde geduldig iets uit waar wij het niet mee eens zijn en nu moet hij dood.

We durven hem in de reacties op Twitter niet eens bij zijn naam te noemen. Hij is een “enge man”, “die baard”, “een irritant mannetje” etc. Men schreeuwt dat Pauw en Witteman hem nooit een podium hadden moeten geven.

Ik denk dat het juist heel verhelderend was. Het is onze zwerende open wond en daar zat Ruhulessin vergenoegd in te wroeten. We willen in Nederland dat Islamieten met ons in discussie gaan. We willen dialoog. We willen praten, maar blijkbaar maar met een reden: om ze te verscheuren als ze zijn uitgesproken. Om met onze eeuwenlange morele superioriteit er meteen keihard overheen te walsen.

Nederlanders zijn net fundamentalisten. Overtuigd van hun gelijk en niet vies van een steniging. Dinsdag was er eentje live te zien tijdens Pauw en Witteman.

Tip de redactie