Kijken naar kunst

In de Hermitage hangt vanaf vandaag een beroemd schilderij van Matisse. De Dans. Hoe ziet dat schilderij er uit? Door Nico Dijkshoorn.

Stel u een naakte vreugdedans op de redactie van het feministisch tijdschrift Opzij voor, als net bekend is geworden dat steeds meer vrouwen, dwars tegen de tijdsgeest in, hun schaamhaar weer onbekommerd uit de broekspijpen laten groeien.

Het schilderij verbeeldt vreugde, vervoering, verbondenheid en een innige band met de natuur.

Zo kan je dat verwoorden. Je kijkt en je zegt wat je voelt. In catalogussen gaat dat er vaak heel anders aan toe. Ik gok ongeveer op de volgende tekst bij het schilderij van Matisse:

“Daar waar de parabool van de lichtzinnigheid een contrapunt snijdt, daar excelleert Matisse in het aanbrengen van een sublaag, die de verbeelding dissocieert en die uitnodigt tot fulmineren, maar tegelijk abstraheert. Een meesterwerk geschilderd in de traditie van de Nieuwe Blauwe Wilden, het bekende Turkse schildercollectief, op hun beurt weer beïnvloed door leden van de Kaukasische School, onder andere bekend geworden door hun herinterpretaties van De Stoel.”

Museumvrees

Ik heb museumvrees. Ik ga wel, maar het is meestal een martelgang. Ik blokkeer. Faalangst, dat ik de kunst niet herken. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik ,met mijn hand onder mijn kin, minutenlang om een asbak van de suppoost heen sta te draaien en er een laat werk van Von Ribentopf in meen te herkennen. Vooral bekende werken en heel abstracte kunst verlammen mij.

Het probleem is: ik durf niet meteen door te lopen. Bang dat men denkt dat ik het niet begrijp. Ik schreef er al eens een sketch over voor Draadstaal.

Een suppoost die een bezoeker overhoort als hij iets te snel doorloopt. “Ja, jij daar! Wat zagen wij op dat schilderij? Hebben we het nu al begrepen?” Ik voel die angst werkelijk in een museum. Er gaat ook een oeroude Hollandse wet werken: “geniet er van, want je hebt er voor betaald.”

Man met snor

Daar sta je dan, met zeven Japanners naar een zelfportret van Frans Hals te kijken. Dat kijkt niet lekker. Je hoort van alles te zien. Strijklicht, verwijzingen naar taboes, religieuze ladingen, omzeiling van de conventies in de schilderkunst, maar ik zie een man met een snor die lacht. Meer niet.

Deze zomer was ik in het Prado te Madrid en daar werden Hollandse Meesters tentoongesteld. Dat was nog vervelender. Buitenlandse kunst, als je die niet begrijpt, daar kom je nog wel mee weg, maar Hollandse kunst, dat zet meteen zo’n enorme druk op de beleving.

Ik keek minutenlang naar een dode zwaan, een theelepeltje en hoopje geschaafde nootmuskaat. Zoals ik thuis wel eens naar een bak lasagne, een zak snickers en een tartaartje kijk. Drijfnat van het zweet heb ik een kwartier staan loeren. Bewegingloos.

Engeltje

Musea, de verkeerde dingen trekken mijn aandacht. Vooral groepen mensen met een audio-guide op het hoofd. Daar kijk ik wél graag naar, 29 mensen met een telefoon tegen het oor gedrukt, die precies op hetzelfde moment allemaal naar de rechterbovenhoek van een schilderij kijken. Verdomd, daar vliegt een engeltje.

Daar droom ik van. Een alternatieve audio-guide inspreken. Dat lijkt me fijn, een man en een vrouw vlak voor De Nachtwacht met mijn tekst in hun oor. “Rembrandt was een bekende scharrelaar die dit en dat deed, nou ja weet ik veel, die schilderde dingen vanuit zijn eigen zoals hij ze zag en dat was in die tijd helemaal toppiewoppie, maar evenzogoed lekker kut met rundvlees dat ze kinderen doodgingen want dan kan je zestig keer Rembrandt heten, ja toch niet dan, met je penseeltjes in je kunstenaarsknuisten, maar net zo makkelijk krijgt iedereen de vliegende tering om je heen. Nou ja, verder staan er nogal wat mensen op die Nachtwacht, ga ze maar lekker tellen, ik ga nu even de kinderen van school halen. Joedoeeii!!! Ga je zien! Ja toch?”

Tip de redactie