Kunstnazi's

Een week geleden werd er weer eens ouderwets gediscussieerd over een televisie-item. In DWDD liet actrice en filmmaakster Adelheid Roosen een fragment zien uit een documentaire over haar moeder. Door Nico Dijkshoorn.

Die heeft Alzheimer. In deze documentaire ging het om haar persoonlijke relatie met haar moeder.

Die was niet altijd goed geweest, moeizaam zelfs, maar nu haar moeder ziek was voelde Adelheid veel liefde. Wat een lieve vrouw zat er onder die harde schil verborgen.

Adelheid had eindelijk haar moeder teruggevonden.

Lingo

Daarna zagen we het fragment. Dit is wat men verwachtte: Adelheid met haar moeder op de bank, samen Lingo kijkend. Adelheid die geïnteresseerd in een boek vol foto’s van kleinkinderen kijkt en steeds zegt: “ja, dat is Leo. Ik zie het.”

Adelheid alleen op een stoel, huilend en haar moeder vlak naast haar met een pan even kort op de huid gebakken wasknijpers. Het bekende werk. Alzheimer, het is vreselijk en daar dan de bekende beelden bij.

Stamelende vrouwtjes en mannetjes met een geëmotioneerd kind er vlak naast. Kinderen die iets verliezen wat ze nooit hebben bezeten.

Rode loper

Adelheid liet iets heel anders zien. Een doodstil zaaltje vol studiopubliek keek naar een van boven gefilmde rode loper, waarop Adelheids moeder in een vleeskleurige panty, met daaronder een luier, lag te klagen en te mompelen.

Toen kwam Adelheid in beeld. Ook zij droeg een luier met een panty. Ze kropen een beetje tegen elkaar aan.

Dat was het. Terug in de studio verwoordde Marc Marie Huijbregts stamelend zijn ongemak. Hij vond het vreselijk om naar te kijken. Dit zou Adelheids moeder, gezond en wel, nooit goed hebben gevonden.

Brandstapel

Wat Marc Marie eigenlijk bedoelde: zoets doe je niet. In de reacties onder het interview, op de site van DWDD, lijkt hij een gezond volksgevoel te hebben verwoord. De meeste reageerders zijn het met Marc Marie eens. Adelheid mag op de brandstapel.

Wat dacht ik, toen ik het fragment zag? Eerlijk zijn. Vooral het bedachte element stoorde me. De vertoonde beelden riepen dit bij mij op: Adelheid Roosen zich omkledend.

Luier aan, beetje lachen met de camerajongens, panty er overheen, nog even kijken of het licht goed is, op het laatste moment bedenken dat een camera van boven toch wel dramatisch het beste werkt en dan, als die camera draait, zo Adelheid Roosen mogelijk naar haar moeder toe kruipen.

Bijna naakt

Dat irriteerde me. Dat ze er toch weer iets arthouse achtigs van had proberen te maken. Haar liefde voor haar moeder ontroerde me wel. Er zijn niet veel dochters die bijna naakt tegen hun moeder aan durven te gaan liggen. Vlees op oud vlees. Dat gevoel. Adelheid durfde dat niet alleen, ze liet het ons ook nog eens zien.

Adelheids documentaire komt, zonder dat ik hem helemaal heb gezien, op mij over als een zeer persoonlijke uiting. Zoals alle kunst dat is. In de film laat Adelheid zien hoe haar moeder langzaam verandert in iets waar zij eindelijk van kan houden.

Aan dat gevoel heeft zij vorm proberen te geven. Dat mag niet meer in Nederland. Je hoort, onder het Christelijk Morele juk, uiting te geven aan wat iedereen voelt. Persoonlijke films mogen alleen als je vindt wat de rest van Nederland ongeveer vindt.

Borsato

Al zou ik de film van Adelheid beleven als stuitend, het zou niet in mij opkomen om te schreeuwen dat ze hem nooit zo had mogen maken. Ik zie 1000 keer liever iemand de moed hebben om een heel persoonlijk, ongemakkelijk gevoel te verfilmen, dan de moralistische bagger van Borsato of het eeuwige Nederlandse gezeik over de Tweede Wereldoorlog.

Ik kijk liever naar een film waarin een nazi vertelt dat het allemaal wel meeviel, dan de bekende bergen lijken achter prikkeldraad. Als ik een film van Bunuel kijk, dan ben ik geïnteresseerd in wat Bunuel wil laten zien. Ik kijk niet omdat ik iets wil herkennen. In kunst, in de literatuur, ben ik het graag met de hoofdpersoon oneens.

Trendje

Dat verontwaardigde geschreeuw, het is een trendje. In dezelfde week dat de documentaire van Adelheid werd verketterd zat, alweer bij DWDD, Cécile Narinx, de hoofdredactrice van Elle, te schreeuwen dat in de film Komt een vrouw bij de dokter, de hoofdrolspeler helemaal geen wroeging lijkt te voelen als hij vreemd gaat.

Daarom vond ze het een kutfilm. Dat is hetzelfde als zeggen dat in de film Sophie’s Choice de hoofdrolspelers geen zelfmoord hadden hoeven plegen. Ze hadden ook leuk samen op een vereniging kunnen gaan.

Juist dit soort types, mensen die de kunst hun wil op willen leggen, dat zijn de potentiële opvragers van persoonsgegevens onder oorlogstijd. Mensen die in een kaartenbak bijhouden welke kunstenaars in hun werk schuren, provoceren en willen dat er films worden gemaakt over mannen die spijt hebben als ze hun vrouw slaan.

Als het aan Cécile Narinx ligt, zien we binnen een eeuw alleen nog maar films over mannen die hun auto wassen en leuk met de kinderen spelen.

Tip de redactie