Arie, de beverrat

Laatste update:  10 september 2009 09:29 info

Jammer dat er op de natuur-redactie van NU.nl iemand zat te slapen en heel erg jammer dat er niet even met mij is gebeld, voordat maandag een bericht op de site werd geplaatst over een reusachtige rat die zou zijn ontdekt in een vulkaan. Door Nico Dijkshoorn.

Het is, en dat had ik ze meteen kunnen vertellen, weer het bekende beunhazen-natuur gedoe van de BBC.

Ik ken ze wel, die mannen van de BBC. Dan lig ik al vier dagen vanuit mijn camouflagetent een Gevlekte Ruinhaas te bestuderen, komen zij aankakken. Met dat Engelse gelul van ze.

Wat is dat voor waanzin, dat je in natuurfilms alleen maar in het Engels mag fluisteren. Alsof ze een biljartwedstrijd verslaan. “This magnificent creature is searching for food.”

Fluisteren

Terwijl iedereen die zich een beetje verdiept in Ruinhazen weet, dat je tegen ze moet schreeuwen. Dat is gewoon een gegeven. Een Ruinhaas maak je kapot met fluisteren. De enige juiste manier om contact te maken met een volwassen Ruinhaas is deze: als hij typische Ruinhaasdingetjes zit te doen, hem behoedzaam van achteren benaderen, met de handen een akoestische beker voor de mond maken en dan keihard roepen: HA RUINHAAS. Dat is de enige manier.

Wat ik maar zeggen wil, je stuit, als je zoveel van dieren weet als ik, op veel domheid. Onkunde zou ik het willen noemen. Desinteresse. Nu dus weer dat gedoe met die reusachtige rat in een vulkaan. Daar moet dan meteen weer iemand van de BBC naar toe.

Gelul

En oh oh oh, wat bijzonder, hij leeft in een vulkaan. Gelul. Het dier dat op de foto wordt getoond is geen reuzenrat. Het is een beverrat. Ik herken beverratten op kilometers afstand, omdat ik er zelf een in huis heb gehad. Arie heette hij.

Dat was niet makkelijk. Beverratten staan niet echt bekend om hun gevoel voor humor. Arie heeft mij de eerste dag, toen ik hem thuis in een hoek van de kamer uit zijn doos had geschud, eerst een uurtje of acht heel verwijtend aan zitten kijken. Hij nam me duidelijk iets kwalijk.

Weinig bomen

Misschien dat ik hem uit zijn natuurlijke habitat had gehaald. Beverratten vreten zich graag ergens doorheen. Door hout bij voorkeur. Bomen. Daarna willen ze zwemmen. Arie was niet achterlijk. Die had vrij snel in de gaten dat er bij mij in de woonkamer weinig bomen groeiden.

Beverratten die je doodstil aankijken kunnen nogal intimiderend zijn. Van een afstand lijken ze knuffelbaar, maar als ze op 4 centimeter afstand naar je zitten te loeren zie je toch vooral die enorme tanden, waarmee ze zich binnen 12 seconden door een middelgrote woudreus heen vreten. Ik heb die eerste dag acht uur lang doodstil op mijn bank gezeten en net gedaan of ik de krant las. Ik durfde geen pagina om te slaan, bang dat Arie dit als vijandig gedrag zou uitleggen.

Angstaanjagend gesnuif

Opeens kwam er beweging in. Hij begon mijn huis te onderzoeken. Ik durfde hem niet direct te volgen. Vanuit mijn keuken hoorde ik een angstaanjagend gesnuif, brekend vaatwerk, naar beneden vallende keukenkastjes en opeens een vaatwasser die ging draaien. Arie was wanhopig op zoek naar water.

Nu, jaren later, weet ik dat je een beverrat dan zijn gang moet laten gaan. Dat is hun instinct. Rusteloos zoeken naar water. Toen wist ik dat niet. Ik dacht Arie van dienst te zijn door hem een bakje water te brengen, getapt in mijn badkamer.

In de keuken zag ik zijn enorme beverreet uit de ijskast steken. Het ontroerde me. Al zat hij drie hoog achter in een arbeiderswoning, hij bleef, zoals dieren dat nu eenmaal doen, zoeken naar voedsel.

Ik zette de bak achter hem op de grond en probeerde zo informeel mogelijk contact te maken. Ik schopte hem met een aanloop vol onder zijn staart en riep, zoals ik dat ook gewend was bij Ruinhazen: HIER, LEKKER WAT WATER, BEVERRAT!

Flarden

Van wat daarna gebeurde kan ik me weinig herinneren. Alleen flarden. De enorme sprong omhoog, met zijn hoofd tegen het vriesvak, de frontale aanval.

Ik gillend met beide armen om zijn kont heen, drie trappen naar beneden, een worsteling op leven en dood vlak voor de slager, daarna heel lang niets, ik, in volle vaart, op mijn buik door een weiland en daarna stilte.

Pas zes dagen later zag ik Arie terug. Ik moest hem identificeren. Daar stond ik, naast een sloot bij een klein wit lakentje. Ze toonden mij een beverrat, in een klem. Ik knikte alleen maar. Dit was Arie. Ik herkende hem aan zijn tanden.

Beelden van Arie vlak voordat hij in de val loopt

Afhaalchinees

Voor de zekerheid hebben we sectie laten verrichten. In zijn maag werden resten Afhaalchinees uit mijn ijskast aangetroffen. We hebben Arie begraven. Even gezwegen. Nagedacht over de natuur. En daarna natuurlijk weer keihard gelachen om die domme dode kop van hem, want het blijven natuurlijk wel dieren.

Reageer op dit artikel:
Stuur door:
Deel artikel:

Maandag

Paul de Lange belicht wekelijks een tv-programma in zijn column.

Column maandag

Dinsdag

Jean Wagemans beschrijft de wondere wereld van het argumenteren.

Lees meer

Woensdag

Peter Wierenga is journalist en schrijft wekelijks over politiek in Nederland.

Column woensdag

Vrijdag

De sportcolumn wordt verzorgd door Thijs Zonneveld.

Column vrijdag

Zaterdag

Columns van Arjan Dasselaar over ict en recht.

Column zaterdag

Column Lifestyle

Snedige columns over (bijna) alles wat mannen bezighoudt.

Lees verder