Een heel grondige reden
Na één verhoordag stapte Dion Graus (PVV) uit de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek doet naar de maatregelen van de overheid tijdens de bankencrisis. Hoe rechtvaardigde hij zijn beslissing? Door Jean Wagemans.
Foto: NU.nl/Chris Heijmans
De leden van de Commissie Financieel Stelsel hebben twee jaar gewerkt aan het voorbereiden van de verhoren. Vorige week maandag was de eerste verhoordag. Graus stelde een aantal vragen aan voormalig ABN Amro Bank topman Jan Peter Schmittmann.
Graus vroeg onder meer of het niet verstandiger was geweest om enkel het ABN Amro deel te nationaliseren. Waarop Schmittmann antwoordde dat dit deel bij zijn weten was genationaliseerd.
Ook informeerde Graus naar het bedrag van acht miljoen euro dat Schmittmann had ontvangen. Volgens de topman betrof dit bedrag niet een bonus, maar een contractueel vastgelegde beloning voor zijn aanblijven.
Over aanblijven gesproken. Na de verhoordag maakte Graus bekend dat hij per direct uit de commissie zou stappen. Nu is het bepaald niet gemakkelijk om zo’n beslissing te rechtvaardigen. Hoe heeft Graus dat aangepakt?
Publiek
Retorisch gezien dient Graus rekening te houden met een divers publiek. Niet iedereen heeft namelijk dezelfde opvatting over de manier waarop je beslissingen moet beoordelen. Wat dit aangaat kan de mensheid ruwweg in twee groepen worden ingedeeld.
De eerste groep beoordeelt een beslissing door na te gaan of deze in overeenstemming is met bepaalde principes. Zo vinden sommige mensen dat je af moet maken waar je aan begonnen bent. Deze mensen zullen het niet waarderen dat Graus er voortijdig mee ophoudt.
De andere groep beoordeelt een beslissing door te kijken welke gevolgen deze heeft. Iemand die vindt dat Graus een goede inbreng had in de commissie, zal zijn besluit betreuren. Omdat het tot gevolg heeft dat die inbreng stopt.
Kritiek
Volgens Graus is er niets mis met de vragen die hij Schmittmann heeft gesteld. Naar zijn zeggen dachten de overige commissieleden daar anders over. En van dat soort kritiek is Graus niet gediend: “Ik ben Dion Graus van de PVV en ik stel mijn eigen vragen. En helemaal als het om acht miljoen euro gaat, acht miljoen euro wat ik vind dat onze burgers had moeten toekomen”.
Om er even later aan toe te voegen: “Geloof me, als Dion Graus van de PVV, na twee jaar dag en nacht werken, alle vakanties op heb gegeven, ten koste van mijn gezin, ten koste van mijn eigen portefeuilles in de Kamer, als ik drie meter voor de finish stop, heeft dat een hele grondige reden, geloof me nou maar” (NOS, 9 november 2011).
Schaken
Retorisch gezien schaakt Graus met deze opmerkingen op twee borden tegelijkertijd. Het principiële deel van het publiek probeert hij te overtuigen door een beroep te doen op een principe. Namelijk dat als anderen kritiek hebben op je functioneren, je zelf moet opstappen.
Tegelijkertijd probeert hij het pragmatische deel van het publiek ervan te overtuigen dat de gevolgen van deze beslissing er eigenlijk helemaal niet toe doen. Dat het hem helemaal niets kan schelen dat al die persoonlijke inspanningen in één klap waardeloos zijn geworden. Maar dat het hem uitsluitend om het principe gaat.
En dat neem ik graag van hem aan. Want je maakt het niet vaak mee dat iemand zijn beslissing op zo’n grondige manier rechtvaardigt.
Startpagina