Sadistische fictie
Binnenkort verschijnt er een film over de ontvoering van biermagnaat Heineken. De ontvoerders worden daarin neergezet als harde criminelen, in plaats van als romantische jongens. Door Jean Wagemans.
Foto: ANP
Oud-politiewoordvoerder Klaas Wilting vindt dat “volkomen terecht”. Volgens hem zijn de ontvoerders een stel sadisten.
Wilting werd enige tijd geleden ingelicht over de plannen om de gebeurtenissen te verfilmen. Naar eigen zeggen reageerde hij toen als volgt: “Ik vind het prima dat er een film over wordt gemaakt. Alleen laten we hopen dat in elk geval de criminelen niet neergezet worden als romantische jongens, zoals dat heel vaak in een film toch wel gebeurt. Want het zijn gewoon keiharde jongens” (Pauw & Witteman, 14 oktober 2011).
Inmiddels heeft Wilting de film gezien. De gebeurtenissen zijn volgens hem realistisch weergegeven, en de ontvoerders zijn inderdaad neergezet als harde criminelen. Dat neemt niet weg dat er ook enkele niet-realistische zaken in de film zitten. Volgens Wilting klopt het bijvoorbeeld niet dat Heineken destijds door een ontvoerder met zijn hoofd in een wc-pot is geduwd.
Reputatieschade
Een van de werkelijke ontvoerders, Willem Holleeder, heeft naar verluidt via zijn raadsman laten weten dat hij van mening is dat de film verboden moet worden. Holleeder stelt dat de film schadelijk is voor zijn reputatie, omdat een personage dat op hem lijkt allerlei sadistische handelingen verricht.
Advocaat Bram Moszkowicz was destijds betrokken bij de verdediging van de ontvoerders. Hij kan zich voorstellen dat Holleeder een zaak aanspant wegens reputatieschade: “Stel nou hij wordt als een sadist afgeschilderd, en dat is hij niet, dan heb je toch goede redenen om te zeggen: ik wil niet zo in die film komen.”
Symptomen
Maar Wilting vindt het geen enkel probleem dat de ontvoerders in de film als sadisten worden afgeschilderd. Volgens hem zijn het namelijk in werkelijkheid ook een stel sadisten. Om dat standpunt kracht bij te zetten, maakt hij gebruik van symptomatische argumentatie.
Het standpunt dat aan iets of iemand een bepaalde eigenschap moet worden toegeschreven, wordt verdedigd door een of meer andere eigenschappen van die zaak of persoon te noemen.
Het idee achter dit type argumentatie is heel eenvoudig. De eigenschappen die in het argument worden genoemd zijn de ‘symptomen’ van de eigenschap die in het standpunt wordt genoemd.
Zo zegt Wilting: “Voor mij ben je een sadist wanneer je iemand ontvoert op een wijze waarop het hier is gebeurd, wanneer je mensen opsluit in een ruimte, met kettingen aan een muur gebonden, dan ben je voor mij ben je een grote sadist.”
Complicatie
Was dat maar het enige punt van discussie tussen Wilting en Moszkowicz. De zaak ligt echter iets gecompliceerder. Want het personage dat Heineken met zijn hoofd in de wc-pot duwt, blijkt te zijn samengesteld uit twee van de werkelijke ontvoerders. Op grond van dit gegeven stelt Wilting enigszins triomfantelijk dat Holleeder helemaal niet in de film zit. Alleen iemand die op hem lijkt…
Maar volgens Moszkowicz zou de rechter ervan uit kunnen gaan dat Holleeder wél in de film zit. Ook hierbij speelt symptomatische argumentatie een cruciale rol. Zij het van een wel heel bijzondere soort: “Het vogeltje fluit als een mus, ziet er uit als een mus, en is dus een mus.”
Uiteindelijk blijkt deze discussie dus te gaan over de kwestie of een film moet worden verboden omdat een personage dat gedeeltelijk naar een werkelijk bestaand persoon is gemodelleerd, in de film een aantal sadistische handelingen verricht die de betreffende persoon in werkelijkheid niet heeft verricht. En dat is nu precies waarom deze column ‘de wondere wereld van het argumenteren’ heet.
Startpagina