Méér Europa, minder crisis
Volgens Guy Verhofstadt ligt de oplossing voor de huidige crisis in het opzetten van een Europese obligatiemarkt. Veel Nederlanders zullen dat geen goed idee vinden, want het betekent méér Europa. Aan Verhofstadt de schone taak om ze over de streep te trekken. Hoe moet hij dat aanpakken? Door Jean Wagemans.
Foto: ANP
De Belgische oud-premier en Europarlementariër Verhofstadt heeft een oplossing voor de eurocrisis. Volgens hem moet er een Europese obligatiemarkt worden opgezet. De controle van deze markt moet in handen zijn van de Europese Raad van regeringsleiders.
Veel Nederlanders willen niet méér Europa, maar juist minder. Ze willen de gulden terug, of de neuro invoeren. Dat weet Verhofstadt ook. Niettemin heeft hij goede hoop dat hij de mensen kan uitleggen dat méér Europa de beste manier is om de eurocrisis te boven te komen: “Ik denk dat mensen te overtuigen zijn als ze de rekening zien” (NRC, 20 augustus 2011).
Retorisch vernuft
Het zijn niet alleen maar economische cijfers waarmee Verhofstadt de mensen probeert te overtuigen. Zijn betoog is doorspekt met andersoortige argumenten. Neem de volgende opmerking: “Door de crisis begrijpen steeds meer mensen welke kant het op moet.”
Een bekende truc uit de reclamewereld. Steeds meer mensen kopen ons fantastische product, koop het ook! Op deze manier probeert Verhofstadt diegenen te overtuigen die zich bij het bepalen van hun standpunt laten leiden door het aantal mensen dat het ermee eens is.
Daarnaast merkt Verhofstadt op dat méér Europa onvermijdelijk is. Ook al willen de mensen het niet: “De fase van willen is voorbij. Het is nu moeten, omdat het de enige manier is om uit de eurocrisis te komen.” Door zijn plan als onontkoombaar voor te stellen, biedt hij de mensen de mogelijkheid zich te troosten met de gedachte dat het om een ‘noodzakelijk kwaad’ gaat.
Populisme
Hoe legitimeert Verhofstadt het gebruik van deze overtuigingstechieken? Hij zegt een grote bewondering te hebben voor politieke leiders met een visie, die de moed hebben om tegen de heersende mening in te gaan. En een grondige afkeer van populisten, de “politieke leiders die op de trein springen van de publieke opinie en de nationale trom roeren”.
Het valt te prijzen dat Verhofstadt een poging waagt de mensen ervan te overtuigen dat méér Europa de enige uitweg is uit de eurocrisis. Maar zijn voorkeur voor politici met een visie, gecombineerd met zijn neiging om de publieke opinie te negeren, brengt ook een retorisch risico met zich mee.
In het algemeen, omdat een overtuigingspoging nu eenmaal meer kans van slagen heeft als het publiek de aangevoerde argumenten aanvaardt. En dan kunnen die argumenten maar beter niet in tegenspraak zijn met de publieke opinie. Sterker nog, ze moeten er juist mee in overeenstemming zijn. Ook al getuigt dat niet van een ‘visie’, en neigt het naar ‘populisme’.
En in het bijzonder, omdat de hedendaagse burger niet gediend is van politici die op een paternalistische toon vertellen wat goed is voor het land. En ook niet van politici die het volk wel eens even zullen uitleggen wat die moeilijke maatregelen precies inhouden. Vroeger zou zo’n politicus als ‘deskundig’ zijn bestempeld. Maar tegenwoordig als ‘regentesk’. En dat is bepaald geen compliment.
Zomergasten
Aanstaande zondagavond is Verhofstadt te gast bij het televisieprogramma Zomergasten (VPRO). Wist u trouwens dat steeds meer mensen naar dit fantastische programma kijken? En dat het onvermijdelijk is dat u er zondagavond ook naar gaat kijken, of u dat nu wilt of niet? Dat is namelijk de enige manier om ervan overtuigd te raken dat méér Europa de oplossing van de eurocrisis is.
Startpagina