Vroeger was alles beter

Vroeger was alles beter: respect was iets wat je moest verdienen, en politici waren nog beleefd tegen elkaar. Maar nu is alles mega. Door Onze Taal.

In de aanloop naar de oudejaarsconferences eind december was hij weer regelmatig op tv te zien: de oude meester Wim Kan, en dan vooral zijn conference uit 1973, waarin het heel vaak ging over de toenmalige PvdA-voorman Joop den Uyl.

Op een gegeven moment zegt Kan: "Weet u waar Den Uyl op lijkt? Op een joker die zijn muts heeft afgezet."

En vervolgens komt er een proestende toeschouwer in beeld, die bijna niet kan geloven dat meneer Kan zoiets ondeugends heeft gezegd.

Harder

Keurige man, die Wim Kan, beschaafde grappen. Maar daarna kreeg je Freek de Jonge met in zijn kielzog allerlei navolgers, Youp voorop, die het allemaal steeds harder en rechter voor zijn raap gingen zeggen.

Met als voorlopig eindstation de mokergrappen van Theo Maassen, en het anarchistische geweld van de New Kids.

Fashion-tycoon

Wat vroeger groot was is nu klein, en je hebt er steeds meer van nodig om hetzelfde effect te bereiken. Met de taal lijkt het net zo te gaan.

Neem het woord ‘icoon’. Vroeger was Anne Frank een icoon, en Mandela en Einstein en Elvis Presley. Nu is iedere Amsterdamse kapper die twee keer op tv is geweest meteen een mode-icoon.

Of zelfs een fashion-tycoon, als zijn spulletjes goed verkopen – terwijl de kwalificatie ‘tycoon’ toch ooit was voorbehouden aan de Billen Gates van deze aarde.

Kijk er de kranten maar op na: er worden steeds grotere woorden gebruikt, terwijl er toch vaak niet zo veel aan de hand is. Als het een week lang sneeuwt is er sprake van ‘extreem weer’ of zelfs ‘winterterreur’, een dodelijk ongeluk van een Georgische rodelaar heet meteen een ‘horrorcrash’, en alles en iedereen, Wilders voorop, is altijd maar woedend en woest -– terwijl men meestal enkel ontstemd, geërgerd of verontwaardigd is. Of hooguit boos.

Armageddon

Nog onlangs stelde de directeur van Slachtofferhulp Nederland, Jaap Smit, dat er zuiniger moet worden omgegaan met de woorden ‘ramp’ en ‘slachtoffer’, omdat die veel te makkelijk worden gebruikt. De poldercrash was volgens hem toch in de eerste plaats een “ernstig verkeersongeluk”, en verder niets.

Smit heeft daar de duivel bij de staart, want wat voor woorden schieten er nog over als er een keer een ramp van écht ontzagwekkende proporties plaatsvindt? ‘Megaramp’ of ‘horrorramp’? ‘Apocalyps’ of ‘armageddon’?

Cabaret

Ook bij onze politici worden woorden steeds minder waard. Kwalificaties als ‘tuig’, ‘onzin’, ‘knettergek’, ‘gewauwel’, ‘idioten’, ‘hufters’, ‘kotsbeu’ en wat al niet zijn in de Tweede Kamer heel gewoon, zoals blijkt uit een artikel in het vorige week verschenen nummer van Onze Taal. En vinden wij Nederlanders dat fijn?

Nee, aldus onderzoek van de Politieke Barometer en van taalicoon Jan Renkema (ook in Onze Taal): wij horen liever puntige oneliners waarmee de politici elkaar beleefd om de oren slaan, dan beledigingen en krachttermen. Als we grove taal willen horen, bezoeken we wel een cabaretvoorstelling.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.

Tip de redactie