Deelder 65

Dinsdag wordt verhalenschrijver, voordrachtskunstenaar, tv-persoonlijkheid, jazzkenner, diskjockey, Sparta-supporter, nachtburgemeester van Rotterdam en bovenal dichter Jules Deelder 65 jaar. Dat is óók een felicitatie waard aan het Rotterdams. Door Onze Taal

Want wat Haagse Harry is voor het Haags, Danny de Munk voor het Amsterdams en Rijk de Gooyer voor het Utrechts, is Jules Deelder voor het Rotterdams. Wat is Rotterdams? Rotterdams is wat Jules Deelder spreekt.

Maar hoe zou je dat Rotterdams dan omschrijven? Dat is nog niet zo makkelijk. In elk geval zit het 'm niet in de typisch Rotterdamse woorden, want die zijn er niet zo veel.

Het Amsterdams heeft zijn drijfsijs ('eend') en zijn pikketanissie ('borrel'), het Haags zijn lulijzer ('telefoon') en zijn treiter ('gezicht'), en het Utrechts zijn dakhaas ('poes'), maar naar echt Rotterdamse woorden is het wat langer zoeken.

Krotenkoker

Krotenkoker wordt vaak genoemd, en halve zool, maar ook daarop heeft Rotterdam niet het alleenrecht. Taalkundige Marc van Oostendorp had voor zijn uitstekende boekje (pdf) over het Rotterdams de grootste moeite om bij uitstek Rotterdamse woorden te verzamelen. Hij presenteert er uiteindelijk een aantal, maar moet een flinke slag om de arm houden.

Die gozert

Zit het typisch Rotterdamse dan in de manier waarop woorden worden gevormd? Inderdaad hoor je in de Maasstad 'Dat is van mijn', dan wel: 'van zijn', en worden kennen en kunnen vrolijk door elkaar gebruikt, maar dat gebeurt net zo goed in andere steden – en daarbuiten.

Hetzelfde met -ie in plaats van je: dat is Rotterdams ('Wat zeggie?'), maar het komt ook daarbuiten wel voor. Alleen gaat de Rotterdammer er wat verder in; die zegt bijvoorbeeld rustig: 'Verveelie je?' Dat zul je elders niet vaak horen. Ook met de t is hij veel scheutiger. Die blijkt echt overal achter te kunnen: 'Ik bent', 'Ik gaat', en zelfs: 'Die gozert woont aan de Binnenwegt.'

'Kejje ’t horih dan?'

Maar als je écht wilt weten wat Rotterdams is, moet je je oren gebruiken. Dan hoor je bijvoorbeeld geen ij of een korte e, maar een ai (trammaatschappij RET klinkt als 'Er ai tai'), en geen lange oo maar een au ('gewaun'). Verder is de r vaak een j, en de korte a een korte o: 'Rottejdom'.

Bovenal hoor je een heel typerende, wat zangerige melodie. "Nederlands waarin woorden niet worden uitgesproken, maar te water worden gelaten", zo omschreef Kees Fens ooit het Rotterdams. Heeft hij gelijk? In Rotterdam zijn T-shirts te koop met de tekst: 'Kejje 't horih dan?' Spreek dit uit, en je snapt wat Fens bedoelt.

Nelis

Behalve dat 'Kejje 't horih dan?' zijn er nog meer van die typisch Rotterdamse zinnetjes. In een Rotterdamse theaterfoyer hangt een kort fragment uit een musical over de legendarische Rotterdamse bokser Bep van Klaveren. Er staat geen enkel woord in dat elders niet wordt gebruikt, en toch zal iedere Rotterdammer die het leest het meteen als zijn dialect herkennen:

"Ik zeg tegen Nelis, ik zeg: Nelis wat mot ik doen? Zeg Nelis: je mottum ze kop van ze romp slaan."

De auteur van de tekst waaruit dit citaat komt? Jules Deelder. Ook zonder zijn mond open te doen kan hij het Rotterdams laten opklinken.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.