Kindersterfte onder woorden

Over precies een week wordt het Woord van het jaar 2008 bekendgemaakt. Net zoals die verkiezing een hype is (waar wordt in december tegenwoordig níét iets in verkozen?), is het winnende woord zelf ook nogal tijdgebonden. De meeste woorden van het jaar overleven het volgende jaar niet. Door Onze Taal.

Weet iemand nog wat het Woord van het jaar 2007 was? Nee? Bokitoproof was het, oftewel: bestand tegen de ontsnapping van een grote boze gorilla. Prachtig komkommernieuws was Bokito vorig jaar, maar we zijn hem nu collectief vergeten.

Oliebol

Het is inmiddels een jaar later en opnieuw kiezen we massaal de reclame van het jaar, de politicus van het jaar, de beste oliebol van het jaar én dus weer het woord van het jaar.

Wat zou het worden? Op de nominatie staan bankendomino, duyvendakken, gastroseksueel, horroropa, hufterindex, slaaprijden, smirten, swaffelen, wiiën en zweef-tv. Stemmen kan nog tot maandag.

Duyvendakken

Dikke kans dat kijkers van BNN's Spuiten en slikken in groten getale op swaffelen stemmen, maar het is de vraag of het een 'houdbaar' begrip is. Of neem het woord duyvendakken - je actieverleden verzwijgen, of juist: erop afgerekend worden. Dat is nu typisch een woord waarbij je er heel wat om kunt verwedden dat het over een jaar een zachte dood gestorven is. Het is wel héél '2008'.

Veel andere woorden uit 2008 zal evenmin een lang leven beschoren zijn: gastroseksueel, horroropa, hufterindex, smirten en zweef-tv zijn woorden voor vervliegende nieuwsberichten, modeverschijnselen en niet-ingevoerde plannen.

Toekomst

Zo blijft er van al die jonge woorden niet veel over. Slaaprijden blijft misschien wel hangen, juist omdat het verschijnsel (te moe achter het stuur zitten) zich niet beperkt tot het jaar 2008. En bankendomino: tja, gaan er nog meer banken omvallen, of zijn we dat stadium dankzij de overheidssteun inmiddels gepasseerd? Op lange termijn is het niet het meest typerende woord voor de economische ellende.

Alleen wiiën dichten we een glorieuze toekomst toe: de Wii is nu al niet meer weg te denken uit talloze huiskamers en je wilt nu eenmaal een woord hebben om uit te drukken dat je met het ding aan het spelen bent. Kortom: één van de tien woorden zal zich waarschijnlijk een vaste plaats in het Nederlands verwerven.

Zaadroof

Massale sterfte dus onder de pasgeboren woorden. Is dat elk jaar zo? Ja. Kijk je bijvoorbeeld naar de nieuwe woorden van zeven jaar geleden, dan valt meteen op dat het gros ervan helemaal niet meer te plaatsen is, laat staan gebruikt wordt. Ooit gehoord van een amogger, bakfietsbioscoop of chipkiller? Heeft iemand het ooit nog over de eurominikit of de Máximatour? En wat zijn zaadroof en zony?

Van de driehonderd 'woorden van 2001' in het boekje van Van Dale zijn alleen breezer, 11 september, flitsscheiding, MKZ-crisis, ontzorgen en poederbrief vaste begrippen in het Nederlands geworden, en de cafébrand in Volendam is ook nog niet helemaal uit ons geheugen gewist.

Slagveld

Uit een woordenboekje van taalcolumnist Ewoud Sanders over 2001 voegen we er nog 9/11, antiglobalist, de bob zijn, dodehoekspiegel, fietsflat, gsm-parkeren, homohuwelijk, ringtone, speeddaten, thuisbankieren en vechtscheiding aan toe. Dat zijn er dan 11 van de 250, plus 5 die Van Dale ook noemde.

Dan kom je op een 'woordoverleving' van minder dan vijf procent. Een waar slagveld. En toch is het eigenlijk wel mooi als ook het woord van dit jaar het einde van 2009 niet haalt: dan is het écht een woord van het jaar 2008.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.

Tip de redactie