British Sea Power - Machineries Of Joy

Sinds het debuut The Decline Of British Sea Power in 2003 timmert British Sea Power naarstig en constant aan de weg. Aansprekende en eigenzinnige indierock waarmee de populariteit gestaag groeit. 

Los van Man Of Aran, het postrock-, soundtrackuitstapje in 2009, klinkt British Sea Power al die jaren alleen als British Sea Power zonder zich daarbij eenmaal te herhalen. Zo ook op het zesde album in tien jaar, Machineries Of Joy, waar de band met opener en titeltrack de lat meteen hoog legt.

Zes minuten aan piepende en scheurende postrockgitaren over krautrock, waar Yan (Scott Wilkinson) bezwerend overheen zingt. Een minder gespierde kant dan het sextet op Valhalla Dancehall liet horen, hoewel de band ook op Machineries Of Joy een enkele keer met de vuisten zwaait.

Zo wordt de ijzig mechanische opener direct opgevolgd door het veel fellere K-Hole, waar je als in een tornado geheel in mee wordt getrokken. Deze vuige garagerock wordt echter direct opgevolgd door de veel rustigere schuiver Hail Holy Queen. Typerend voor het verdere verloop van Machineries Of Joy.

Gezichten

Daar waar de Britten op voorgaande platen een vrij coherent en gebalanceerd geluid lieten horen, lijken ze er hier voor te gaan om zoveel mogelijk gezichten te laten zien. Progrock, dreigende ballades, stadionrock, postpunk, de hypnotische waarde van krautrock; de band draait er de hand niet voor om.

Maar belangrijker, de band boet daarbij ook niet in aan kwaliteit. Machineries Of Joy kent weliswaar minder rode lijn, de nummers op dit album zijn allen op hun eigen wijze even bezwerend. Het resultaat van een band die zich niet laat opjagen door een hype of hetze, maar met elke plaat gewoon een eigen plan trekt.

Lees meer over:
Tip de redactie