Adam Ant - Marrying The Gunner’s Daughter

De afgelopen jaren beleven diverse artiesten uit de jaren tachtig een renaissance. Niet alleen is hun muziek weer hip, ook veel van de artiesten zelf leveren aardige albums af. Helaas geldt dat niet voor Adam Ant.

Na drie albums met Adam and The Ants, bracht de frontman in 1981 zijn meest succesvolle soloplaat Friend Or Foe uit. Het zesde soloalbum van Adam Ant heet voluit Adam Ant Is The Blueblack Hussar In Marrying The Gunner’s Daughter en het is zijn eerste langspeler met volledig nieuw materiaal sinds Wonderful uit 1995.

Waar Wonderful een gangbare pop-/rockplaat was van een punkrocker die zijn wilde haren aan het verliezen was, in de figuurlijke zin althans, toonde Adam Ant met zijn recente comeback op de bühne aan dat hij zijn verleden in de punkmuziek nog lang niet ontgroeid is. Ook op plaat horen we dat onmiskenbaar terug.

Marrying The Gunner’s Daughter bevat niet de dansbare new wave- of pophits waar Ant begin jaren tachtig bekend om stond. Een deel van de plaat bestaat zelfs uit demo’s van voor het eerste Adam and The Ants-album, Dirk Wears White Sox, uit 1979. Veel van de opnames klinken tevens alsof ze nog in de demofase verkeren.

Onevenwichtig

Ant produceerde de plaat met Morrissey-gitarist Boz Boorer, zoals duidelijk te horen is op Dirty Beast en Punkyoungirl, tevens twee van de betere nummers op dit album. Boorer is geen onervaren producer, maar zijn tekortkomingen op dit vlak worden hier glashelder aangetoond. De productie is rommelig, onafgewerkt en vooral onevenwichtig.

De liedjes van Ant werken ook al niet erg mee. Er zijn weinig artiesten die een plaat kunnen vullen met afvallertjes van eerdere albums, laat staan dat het een interessant eindresultaat oplevert. How Can I Miss You?, Bull****, Vivienne’s Tears en Dirty Beast zijn in potentie aardige liedjes, al zijn ze te belabberd uitgewerkt om te slijten als een comebackalbum.

Lees meer over:
Tip de redactie