Kiss - Monster

Met diens woest beschilderde gezichten, wilde podiumcapriolen en soms aanstootgevende teksten, is de gehele act van Kiss in feite een eerbetoon aan allerlei enigheid. Monster is dan ook een goede titel voor het twintigste album van de band.

Monster is tevens met tweede album met Eric Singer (die veelvuldig de stokken en de schminkdoos overnam van Peter Criss) en met gitarist Tommy Thayer (uitgedost met de Spaceman-make-up van voorganger Ace Frehley) sinds de comebackplaat Sonic Boom uit 2009 (hoewel Singer al Eric Carr verving op Revenge uit 1992).

De creatieve rol van Tommy Thayer is omvangrijk op Monster, daar de leadgitarist aan negen van de twaalf nummers meeschreef, waarvan Outta This World zonder hulp van zijn medebandleden. Zijn flamboyante, snerpende gitaargeluid neemt bovendien een prominente plek in op de met solo’s doorspekte hardrocknummers.

Kiss grijpt op Monster niet enkel terug op zijn eigen geluid, zo ongeveer ten tijde van de albums Creatures Of The Night en Lick It Up, maar ook op dat van harige hardrockers als Def Leppard, Van Halen, Nightranger en het stevigere werk van Bon Jovi. De plaat klinkt praktisch alsof het omstreeks 1984 vervaardigd had kunnen zijn.

Ouderwets

Op Monster laat Kiss dan ook een aantal ouderwetse – en ouderwetse sterke – stadionrocknummers met grootse meezingrefreinen horen, waaronder Take Me Down Below, Eat Your Heart Out, Freak, Shout Mercy en All For The Love Of Rock & Roll. De variatie in het klankbeeld is weinig divers, al zijn de producties zeer solide.

Maar zoals de songtitel Back To The Stone Age al aangeeft, klinkt Kiss op zijn twintigste studioalbum ook behoorlijk primitief. Los van het virtuoze snarenwerk van Thayer, zijn de nummers log, lomp en simpelweg gedateerd. Tekstueel is erg geen enkele diepgang te bespeuren. Kortom, Monster is Kiss ten voeten uit en dat is voldoende.

Lees meer over:
Tip de redactie