Var. – The First Rock And Roll Record

Muziekhistorici breken zich er al decennia het hoofd over; wat was het eerste rock-‘n’-rollnummer en wie gebruikte de term als eerste? Er zijn veel theorieën over en op de 3-cd-box The First Rock And Roll Record worden alle kandidaten op een rijtje gezet.

Menigeen noemt de eerste opname van Elvis Presley in de Sun Studio’s in 1954, een cover van Arthur “Big Boy” Crudups That’s All Right, als het officiële startpunt van de rock-‘n’-roll. Zowel Presleys opname als het origineel van Crudup uit 1946 staan op deze cd-box, die de zoektocht illustreert aan de hand van liefst 79 liedjes.

Hoewel het aandeel van Elvis Presley in de globale popularisatie van rock-‘n’-roll niet te onderschatten valt, zijn de academici het er over eens dat Presley het genre niet heeft uitgevonden. Het blijkt sowieso moeilijk om één moment aan te wijzen waarop je kunt spreken van rock-‘n’-roll, want de basiselementen dateren van ver voor de jaren vijftig.

In de spiritual The Camp Meeting Jubilee uit 1916 worden de woorden ‘rock’ en ‘roll’ voor het eerst gecombineerd op een geluidsopname, aldus de samenstellers van The First Rock And Roll Record. De woorden worden hier vooral aan elkaar gekoppeld vanwege de alliteratie. De term hoort immers niet thuis in een brave gospelsong.

Seks

In het begin van de twintigste eeuw wordt de term rock-‘n’-roll door de zwarte bevolking in de VS gebezigd als verwijzing naar seks. My Man Rocks Me (With One Steady Roll) van blueszangeres Trixie Smith uit 1922 wordt door historici gezien als het eerste seculiere liedje waarin de term voorkomt – en in die specifieke context.

De Amerikaanse discjockey Alan Freed was de persoon die de term koppelde aan de muziekstroming waarmee Elvis Presley, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis later succes zouden hebben, maar de term werd in de dertig jaar daarvoor al geregeld gebruikt in jazz, swing, blues en country.

Aanloop

The First Rock And Roll Record kent dan ook een lange aanloop, met overwegend liedjes uit de jaren twintig en dertig op het eerste schijfje. Opnames van bluesmuzikant Tampa Red en jazzpianist Clarence ‘Pinetop’ Smith (beiden uit 1929) vertonen al enkele stilistische kenmerken van de latere rock-‘n’-rollhits.

De meeste nummers op het schijfje zijn vooral een interessante bloemlezing uit de imposante en rijke Amerikaanse muziekcultuur uit de vooroorlogse VS, maar er zijn weinig concrete aanknopingspunten over waar de diverse muziekstijlen in elkaar overlopen en er daadwerkelijk sprake is van rock-‘n’-roll.

Voorlopers

Ook op disc twee komen er diverse aan blues, jazz en country verwante stijlen en subgenres voorbij, zoals boogie, bebop, doowop, bluegrass en honkytonk – allen een belangrijke invloed op de rock-‘n’-roll. Duidelijke voorlopers zijn Guitar Boogie van Arthur Smith (1945), Ten Gallon Boogie van Pee Wee King (1947) en Rock The Joint van Jimmy Preston (1949).

De uitbundige en vrolijke bluessongs van Jimmy Preston, Goree Carter en Erline Harris zijn feitelijk proto-rock-‘n’-rollhits, inclusief gesoleer op gitaar en saxofoon. Op The Fat Man (1949) klinkt Fats Domino zelfs aanzienlijk ruiger dan zijn latere Blueberry Hill en Ain’t That A Shame.

Prelude

Pas op het derde schijfje gaan we de jaren vijftig in, een decennium dat in de eerste helft nog gedomineerd zou worden door crooners als Bing Crosby, Dean Martin en Frank Sinatra. Hardrock Gunter maakt anno 1950 echter al een opmerkelijke prelude van de rock-‘n’-roll en rockabilly met zijn dansvloerhit Gonna Dance All Night.

Uit datzelfde jaar stamt Hotrod Dance van Arkie Shibley and His Mountain Dew Boys. Johnny Cash lijkt zijn zangstijl – wanneer hij vijf jaar later zijn eerste plaatje opneemt – gebaseerd te hebben op die van Shibley. Het nummer illustreert tevens de opkomende importantie van de automobiel binnen de Amerikaanse cultuur.

Definitief

Dan volgen enkele opnames die de definitieve basis hebben gelegd voor wat we tegenwoordig als rock-‘n’-roll aanduiden: 60 Minute Man (The Dominoes), How High The Moon (Les Paul & Mary Ford), Rock ‘88’ (Jackie Brenstone), Rockin’ An’ Rollin’ (Charli Gracie) en Lawdy Miss Clawdy (Lloyd Price).

Ook de originele versies van Hound Dog (Big Mama Thornton), Rock Around The Clock (Sunny Dae and The Knights) en Shake, Rattle & Roll (Big Joe Turner) zijn present, voor een compleet overzicht. Riot In Cell Block Numer Nine (The Robins), I’ve Got A Woman (Ray Charles) en Bo Diddley (Bo Diddley) zijn eveneens essentieel.

Controverse

Inmiddels is het dan al 1955 en is rock-‘n’-roll gearriveerd in de VS, met hits als Maybellene van Chuck Berry, Tutti Frutti van Little Richard, Blue Suede Shoes van Carl Perkins en Rock Around The Clock van Jerry Lee Lewis. Het is het jaar voordat de controverse begint, wanneer Elvis Presley verschijnt in The Ed Sullivan Show.

Achteraf gezien is het opmerkelijk dat rock-‘n’-roll (zowel muzikaal als tekstueel) juist braver wordt op het moment dat het zijn grote doorbraak nadert. Binnen bestaande genrekaders stoorde niemand zich aan wilde muzikale passages en schunnige teksten, totdat de volledige Amerikaanse jeugd zich erop stortte. De ironie. Overtuigend bewijs voor de eerste rock-‘n’-rollplaat levert deze box niet, maar de tijdslijn is zeer interessant.

Lees meer over:
Tip de redactie