Take That – Progress

Fans hebben er vijftien jaar op moeten wachten en eindelijk is het zover; met de terugkeer van Robbie Williams is Take That wederom een kwintet. Het nieuwe album Progress is wel even slikken voor de fans van weleer, want de boyband boekt daadwerkelijk vooruitgang.

Gary Barlow, Robbie Williams, Howard Donald, Mark Owen en Jason Orange; in de eerste helft van de jaren ’90 waren het supersterren. Dit voornamelijk in eigen land, waar hun sterstatus vormen aannam die de Britten sinds de Beatlemania – dertig jaar eerder – niet meer hadden gezien.

Het uit elkaar gaan van Take That viel veel tienermeisjes zwaar. Jankende bakvissen hingen massaal aan de telefoon in het Radio 3-programma Magic Friends en later zaten ze in het publiek tijdens het laatste televisieoptreden van Take That in Nederland, bij Ivo Niehe.

Robbie Williams schudde al snel het boybandimago van zich af, terwijl de andere ex-leden altijd in de schaduw bleven staan van dit succes. Zij richtten de band in 2005 opnieuw op. Na een paar tegenvallende soloalbums, is ook Williams door de knieën gegaan.

Stempel

Progress is het zesde album van Take That en de vierde met Williams. Gewilde producer Stuart Price drukt een belangrijke stempel op de plaat. De vorige twee (door John Shanks geproduceerde) albums zaten prima in elkaar, maar zijn verhoudingsgewijs saai.

De meer avontuurlijke productie van Price en de speelse schrijf- en zangstijl van Williams vormen een verrassende combinatie. Met name het vlotte SOS en het zeer pakkende What Do You Want From Me? (beide met Mark Owen als leadzanger) zijn prijsnummers.

Moeiteloos

Take That begeeft zich anderzijds op reeds bewandelde paden. The Flood is een nummer dat zelfs ondanks zijn hippe synthpopachtige productie moeiteloos op Sky Radio kan. Idem voor Eight Letters, dat subtiel gebruik maakt van de Ultravox-klassieker Vienna.

Toch slaat Take That ook een paar keer de plank mis, met nummers die stilistisch terug te voeren zijn op het Rudebox-album van Williams (Pretty Things, Underground Machine). Elders doet het nummer Kidz denken aan Feel Good Inc. van Gorillaz en Happy Now aan iets van Scissor Sisters.

Wennen

De grootste verdienste van Stuart Price is dat Take That nergens klinkt als de Take That zoals we dat kennen. Dat is soms even wennen en levert opvallend mooie liedjes op als Affirmation en (het jammerlijk als hiddentrack verborgen) Flowerbed.

Ironie wil dat Progress de meest dance-georiënteerde plaat van de heren is sinds het debuutalbum Take That & Party uit 1992. Gelukkig ligt het daar mijlen ver van vandaan en kunnen we daadwerkelijk spreken van evolutie. Zoals Take That al in 1993 zong; Everything changes.


7/10

Lees meer over:
Tip de redactie