Isobel Campbell & Mark Lanegan – Hawk
Bij Isobel Campbell & Mark Lanegan is het alsof je aan het luisteren bent naar de duivel en de diepblauwe zee.
Aan de ene kant de zoetgerande stem van een zeemeermin die je schip op de klippen probeert te lokken, aan de andere kant de donkere met ellende doorspekte stem van de door demonen opgejaagde Lanegan.
Beide vol verleiding en een licht laagje treurnis. Van de twee heeft Lanegan waarschijnlijk de grootste faam. Allereerst verdient als frontman van The Screaming Trees, maar ook in zijn solowerk en verschillende collaboraties.
Lanegan lijkt wat dat betreft overal en altijd bezig. Maar deze samenwerking wordt gedragen door het werk van Campbell. De voormalig celliste van Belle & Sebastiaan schrijft alle nummers.
Melancholisch
Hawk is hun derde plaat en zoals te verwachten krijgen we een donkere mix van blues, folk en jazz voorgeschoteld. Wat dat betreft biedt Hawk weinig verrassing. We Die And See Beauty Reign zet meteen de wel bekende melancholische sfeer neer.
Klein gitaarspel, een gitaardrone op de achtergrond en de twee haast fluisterende stemmen van verleiding daar overheen.
Ook in het meer bluesy You Won’t Let Me Down Again bromt Lanegan naarstig verder, met op de achtergrond Campbell die haast onder haar adem de tweede vocale inzingt.
Duistere tonen in duistere sferen die deze plaat beheersen. Soms licht jazzy, ondersteund door zoete strijkers, maar nergens lichtvoetig en altijd met een bittere ondertoon.
Derde stem
Opvallend is wel de inbreng van een derde stem. Mark Lanegan, te druk met Soulsavers, had geen tijd of zin om alle nummers op Hawk mee in te zingen. Dat bracht Campbell bij de nog jonge Amerikaanse folk-singersongwriter Willy Mason, die voor twee liedjes de studio mocht betrekken.
Geen slechte keuze, daar in zijn stem de levenservaring van drie keer de 25 jaar die hij werkelijk oud is doorklinkt. Zeker in de Townes van Zandt cover No Place To Fall weet hij precies de juiste toon te zetten.
Wat echter het meeste opvalt, maar ook erg goed werkt, is de afstand waarop Campbell zelf in de mix is gezet. Over de hele plaat staan de heren op de voorgrond en breekt Campbell slechts af en toe door als een moderne Karen Carpenter zoals Time Of The Season of Sunrise en To Hell & Back Again.
Hierdoor is er wel meer spanning in het werk en overstijgt het duo toch weer zich zelf.
8/10
Startpagina