Minder kansen voor allochtonen op Nederlandse arbeidsmarkt

Het is voor allochtonen in ons land nog altijd moeilijk om een baan te vinden. De arbeidskansen voor die groep behoren tot de laagste van Europa. 

Dat schrijft de Volkskrant zaterdag op basis van cijfers van Eurostat en de OESO.  

Van de autotochtone beroepsbevolking heeft 77,1 procent in Nederland een baan. Onder allochtonen ligt dat percentage ruim een kwart lager op 49,5 procent. Na Zweden heeft Nederland hiermee de hoogste werkloosheid onder allochtonen. 

Als er naar andere definities gekeken wordt die de OESO hanteert, doet Nederland het zelfs het slechtste van Europa. In vergelijking met andere Europese landen waar de werkloosheid als geheel veel hoger is, scoort ons land slecht. In landen als Spanje en Frankrijk hebben allochtonen bijvoorbeeld vaker een baan dan allochtonen in Nederland. 

Groepen

De grootste werkloosheid onder allochtonen is te vinden onder de groep Nederlanders van Marokkaanse afkomst. Daar is 19,6 procent werkloos. Deze groep wordt gevolgd door de Antillianen (19,3 procent), de Turken (15,3 procent) en de Surinamers (13,9 procent). 

Uit cijfers blijkt vooral dat tijdens de crisis veel allochtonen hun baan verloren zijn. Dat komt mede doordat zij vaker een flexibel contract hebben dan autochtonen, zegt sociologe Monique Kremer van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Bijstand

De verschillen tussen allochtonen en autochtonen zijn ook in de bijstand groot. Ruim 41.000 meer allochtonen dan autochtonen zijn afhankelijk van een bijstandsuitkering. 

Taalachterstand, discriminatie en lage scholing zijn belangrijke oorzaken voor de verlaagde baankansen. Toch is scholing geen garantie. Uit cijfers blijkt namelijk dat ook veel hoogopgeleide allochtonen geen baan hebben.

Tip de redactie