VN-commissaris bekritiseert May en Trump voor uithollen mensenrechten

De VN-commissaris voor de mensenrechten heeft de Britse premier Theresa May en de Amerikaanse president Donald Trump fel bekritiseerd om retoriek waarmee zij de mensenrechten veronachtzamen.

Zeid Ra’ad al-Hussein stelde in een toespraak in Londen dat May in haar verkiezingscampagne de indruk heeft gewekt geen waarde te hechten aan de internationale mensenrechten.

De Britse premier stelde onder meer dat de internationale regels op dit gebied konden worden genegeerd als het gaat om het bestrijden van terrorisme. Ook suggereerde May dat het Verenigd Koninkrijk de Europese richtlijnen op dit gebied los zou moeten laten.

"Wat haar bedoeling met die opmerkingen ook is geweest, ze zijn zeer te betreuren", beklemtoonde de commissaris. "Dit soort uitspraken zijn een geschenk van een gerespecteerde westerse regeringsleider aan elk autoritair regime op aarde dat hiermee toestemming krijgt om onder het mom van terreurbestrijding de mensenrechten te schenden."

Moslimban

Ook uitte Zeid Ra’ad al-Hussein scherpe kritiek op de Amerikaanse president Donald Trump. "In plaats van de pijlen te richten op individuen die mogelijk een bedreiging vormen, heeft de regering-Trump er een kruistocht van gemaakt om tot aan het Hooggerechtshof te vechten voor een reisverbod voor moslims waar diverse rechtbanken al van hebben gezegd dat hij indruist tegen de Amerikaanse grondwet", aldus de VN-commissaris.

Daarnaast noemde de VN-chef de Filipijnse president Rodrigo Duterte, die met zijn strijd tegen drugscriminelen "taboes doorbreekt. Het toejuichen van martelen en executies vormt een bedreigingen voor het volledige internationale rechtssysteem."

Geen vertrouwen

Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat het aanzien van de Verenigde Staten in de wereld is gekelderd sinds het aantreden Trump.

Slechts 22 procent van de in 37 landen ondervraagde mensen heeft vertrouwen in zijn buitenlandpolitiek, blijkt uit een peiling van het onderzoekscentrum Pew Research in Washington. Aan het eind van de ambtsperiode van Trumps voorganger Barack Obama was dat nog 64 procent.

Tip de redactie