EU verlengt sancties tegen Rusland

De economische sancties die de Europese Unie tegen Rusland heeft lopen, worden met zes maanden verlengd. Dat heeft EU-president Donald Tusk donderdag gezegd op de top van regeringsleiders in Brussel. 

De strafmaatregelen werden ingesteld vanwege de Russische bemoeienis in het oosten van Oekraïne in 2014.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron praten hun collega’s tijdens het diner bij over de stand van zaken in Oekraïne. Zij gaan vooral in op de uitvoering van het akkoord waaraan de sancties zijn gekoppeld. De strijdende partijen voldoen nog altijd niet aan de voorwaarden uit het akkoord, zoals een wapenstilstand.

Verwacht wordt dat de officiële beslissing voor de sanctieverlenging snel valt. Dat betekent dat tegoeden in de EU van Russen op een zwarte lijst bevroren blijven en hun reisverbod naar de EU van kracht blijft. De Europese kapitaalmarkt blijft dicht voor een aantal Russische banken en energie- en defensiebedrijven. Ook de uitvoer van technologisch gevoelige goederen naar Rusland blijft beperkt.

Defensie

De EU-regeringsleiders spraken donderdag tijdens de top ook over de optie structureel te gaan samenwerken op het gebied van defensie. Op veel vlakken werken groepjes lidstaten al samen, maar de 28 EU-leiders gaven op de top unaniem groen licht om dat op een meer systematische manier te gaan doen.

Binnen drie maanden moet er zicht zijn op concrete projecten om de versterkte samenwerking (PESCO) van de grond te krijgen, zei EU-president Donald Tusk. "Ons doel is een ambitieuze defensie-integratie." De Franse Macron heeft het over een "historische stap".

Eerder al verscheen een analyse van de Europese Commissie over de verschillende opties voor zo'n geïntegreerde aanpak.

Voor het Europese Defensiefonds, waarmee landen samen wapens kunnen ontwikkelen en kopen, maakt de Commissie tot 2020 590 miljoen euro vrij. Daarna is er een budget van minstens 1,5 miljard per jaar. Er is ook besloten de inzet van multinationale legereenheden - de "battlegroups" - te vereenvoudigen.

Eén Europees leger is voor regeringsleiders echter geen optie, ook omdat lidstaten vrezen voor dubbelingen met verplichtingen en kosten voor de NAVO. Dat geldt bijvoorbeeld voor Polen. Premier Beata Szydlo zei echter dat Polen er klaar voor is om mee te gaan doen aan de "versterking van het Europese defensiebeleid".

Ook Rutte voelt weinig voor een Europees leger. Hij sprak donderdag wel de hoop uit dat Nederlandse bedrijven de vruchten kunnen plukken van de defensiesamenwerking.

Tip de redactie