Gouverneur beveelt evacuatie protestkamp bij Dakota-pijpleiding

De gouverneur van de Amerikaanse staat North Dakota roept demonstranten op het kamp bij de Dakota-pijpleiding te verlaten.

Het kamp dient als basis voor de tegenstanders van de aanleg van de omstreden pijpleiding voor olietransport. Die aanleg lag enkele maanden stil na felle protesten van een groep indianen en milieuactivisten. Een rechter bepaalde maandag echter dat de bouwplannen gewoon door mogen gaan.

De activisten moeten voor 22 februari vertrokken zijn uit het kamp, stelt de Republikeinse gouverneur Doug Burgum. Hij wijst daarbij ook op de gevaren die ontstaan door smeltende sneeuw en het stijgende water van de nabijgelegen Cannonball River. Burgum zegt ook dat het kamp schade vormt aan het milieu.

Trump

Donald Trump schreef enkele dagen na zijn aantreden een presidentieel bevel uit, dat het Korps Ingenieurs van het Amerikaanse leger verplicht de aanleg te bespoedigen. Het Korps gaf hier gehoor aan en beval de demonstranten eerder ook al om het gebied voor 22 februari te verlaten.

Heilig

Een groep indianen uit het bewuste gebied had de rechter in het District of Columbia verzocht de aanleg te laten stoppen. Zij hadden ingebracht dat door de voltooiing van de pijpleiding de indianen hun religieuze ceremonies niet meer kunnen uitvoeren. De leiding wordt onder meer aangelegd bij een meer waar het omringende land volgens de indianen heilig voor hen is.

De Dakota-pijpleiding verbindt de olievelden in North Dakota met raffinaderijen in de Golf van Mexico. De leiding is 1.885 kilometer lang. De aanleg van de pijpleiding kost 3,8 miljard dollar (3,5 miljard euro).

Juristen zijn ervan overtuigd dat de indianen geen juridische middelen meer hebben om de aanleg tegen te gaan.

In beeld: de omstreden pijplijn in North Dakota

Oliebedrijven werken in North Dakota aan een 2000 kilometer lange pijplijn, de Dakota Access, die olie moet vervoeren naar Pakota in Illinois. Vanaf daar wordt het vervoerd naar de raffinaderijen aan de Golfkust. © AFP
De geplande route van de omstreden pijplijn loopt door indianengebied, wat voor veel protest heeft gezorgd. © AFP
Oorspronkelijke bewoners van Amerika en activisten hebben zich begin 2016 verzameld in het zogeheten Oceti Sakowin-kamp om de aanleg van de pijplijn tegen te houden. © AFP
Sioux-indianen noemen de pijpleiding de 'Zwarte Slang'. Ze zijn bang dat mogelijke olielekken ervoor zorgen dat hun drinkwater en de grond onbruikbaar wordt. © AFP
Activisten verblijven in tenten, campers en andere geïmproviseerde onderkomens in het kamp. © AFP
Activisten en politie zijn meermaals tot confrontatie gekomen. In november zijn tientallen demonstranten in het ziekenhuis opgenomen nadat de politie koud water, traangas en rubberkogels inzette tijdens een protest. © Hollandse Hoogte
Vuurwerk is op 4 december te zien boven het kamp toen het geniekorps van het Amerikaanse leger, dat het project overziet, bekendmaakte dat de pijplijn niet onder een meer in het Sioux-reservaat mocht komen. © AFP
Trump heeft echter gezegd dat hij ervoor gaat zorgen dat de pijpleiding er komt. © AFP
Op 13 december wordt bekendgemaakt dat Rick Perry, oud-gouverneur van Texas, door Trump is aangesteld als minister van Energie. Een dochterbedrijf van een bedrijf waar hij lid is van de Raad van Toezicht is betrokken bij de aanleg van de oliepijpleiding. © AFP
Ondanks de protesten, wordt dinsdag 24 januari bekendgemaakt dat president Donald Trump een presidentieel besluit zal nemen dat de aanleg van de omstreden Dakota Access Pipeline zal versnellen. © AFP
Een rechter in Washington heeft maandag 13 februari bepaald dat de aanleg van het laatste stuk van de Dakotapijpleiding gewoon kan doorgaan. © AFP
De gouverneur van de Amerikaanse staat North Dakota roept demonstranten op 16 februari op het kamp bij de Dakota-pijpleiding te verlaten. © AFP

Deel deze foto via:

Terug naar slideshow
Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie