Kinderslavernij bij garenproductie in India

Bij de productie van garen voor kleding van westerse merken worden kinderen gebruikt. Nieuw onderzoek door de Landelijke India Werkgroep (LIW) wijst uit dat in meer dan 90 procent van de spinnerijen in Zuid-India kinderslavernij voorkomt.

De meerderheid van de meisjes en vrouwen in deze fabrieken is tussen veertien en achttien jaar oud. Sommigen zijn zelfs nog jonger. De meisjes maken lange werkdagen, krijgen te maken met seksuele intimidatie en pesterijen en verdienen doorgaans minder dan het minimumloon.

Eerder werd al alarm geslagen over de werkomstandigheden in spinnerijen die rechtstreeks leveren aan merken zoals C&A, GAP, Marks & Spencer, Primark en Walmart. In het nieuwe onderzoek werd gekeken naar garenfabrieken die deel uitmaken van de productieketen.

Er werd gesproken met werknemers van 743 bedrijven in Zuid-India. In 39 spinnerijen werd het minimumloon betaald. In de helft van de fabrieken was de werkweek zestig uur of meer.

Van het Indiase garen gaat 30 procent naar binnenlandse fabrieken die kleding produceren voor de export. Zeker 20 procent gaat naar kledingfabrieken in China en Bangladesh. Als een T-shirt in China is gemaakt hoeft dat niet te gelden voor het garen.

"We kaarten het probleem nu al vijf jaar aan maar ook voor ons kwam de omvang van dit probleem als een schok", reageerde directeur Gerard Oonk van de LIW woensdag.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie