Bedrijf achter omstreden pijplijn North Dakota wil route niet wijzigen

Het bedrijf dat de omstreden oliepijpleiding door North Dakota aanlegt, is niet van plan een andere route te zoeken. Ook het team rond nieuwe president Donald Trump gaat het besluit van de adviescommissie tegen het licht houden.

Het geniekorps van het Amerikaanse leger, dat het project overziet, meldde zondag geen toestemming te geven voor de omstreden oliepijplijn door een indianengebied in North Dakota als de geplande route niet wordt aangepast. Het besluit volgt na wekenlange protesten tegen het project.

Maar de betogers vrezen dat het nieuws slechts uitstel betekent in plaats van afstel. Energy Transfer Partners, dat de aanleg heeft geïnitieerd, liet maandag weten er niets voor te voelen een andere route te gaan zoeken. 

Betogers vrezen dat ETP tijd gaat rekken totdat president Barack Obama plaats heeft moeten maken voor opvolger Donald Trump. Trump staat bekend als voorstander van dit soort projecten en zou vrijwel zeker toestemming geven voor de aanleg van de pijplijn volgens de geplande route.

Bovendien blijkt hij volgens The Guardian nauwe banden te hebben met het bedrijf achter het omstreden project.

Omstreden project

De 3,7 miljard dollar kostende aanleg van de bijna 2.000 kilometer lange pijplijn is zeer omstreden. De lijn, die per dag een half miljoen vaten olie moet vervoeren, gaat onder meer door een gebied waar Sioux-indianen wonen. Zij vrezen dat de leiding kan gaan lekken en zo het drinkwater in het indianengebied kan gaan vervuilen.

Bovendien vormt de leiding een bedreiging voor beschermde natuurgebieden en zou de leiding door heilige plaatsen van de indianen lopen.

Opnieuw bekijken

De pijplijn loopt van North Dakota via Illinois naar zuidkust van de VS. De aanleg van de pijp is sinds september vertraagd. De Amerikaanse overheid had beloofd de vergunningen om in het indianengebied te bouwen opnieuw te bekijken.

De protesten namen de afgelopen weken toe. Honderden demonstranten trotseerden vrijwel dagelijks de ijzige kou in North Dakota om hun ongenoegen over de aanleg kenbaar te maken. De politie trad relatief hard op tegen de demonstranten: zo werden ondanks de kou waterkanonnen gebruikt.

Nederlandse banken

ING verstrekte volgens de Eerlijke Bankwijzer een directe lening van 233 miljoen euro. ING stelt slechts een krediet van 120 miljoen dollar te hebben verstrekt. Daarvan is minder dan de helft uitbetaald. Het tweede deel van de lening zou pas beschikbaar komen als alle vergunningen zijn afgegeven.

De bank kon naar eigen zeggen niet stoppen met de financiering, omdat voor de lening een contract is getekend. "We proberen op alle mogelijke manieren invloed uit te oefenen om een bevredigende uitkomst voor alle betrokken partijen te bevorderen", aldus ING eerder.

Bij ABN Amro zou het volgens de Eerlijke Bankwijzer gaan om een lening van 45 miljoen dollar aan een van de betrokken bedrijven. De bank heeft geld geleend aan Energy Transfer Equity, het moederbedrijf van Energie Transfer Partners dat een aandeel van 38 procent in de pijplijn heeft. 

ABN Amro liet eerder weten dat het bedrijf dat de pijplijn bouwt geen klant is en dat de bank de pijpleiding dus niet financiert. De bank zei continu met Energy Transfer Equity in gesprek te zijn over zorgen rondom het project.

Betogers die al weken een omstreden oliepijpleiding over het grondgebied van een Amerikaanse indianenstam reageren terughoudend op het nieuws dat het plan op de schop moet. Ze vrezen dat de volgende Amerikaanse regering alsnog groen licht zal geven voor de aanleg van de pijpleiding.

Lees meer over:
Tip de redactie